Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Uitspraak van 27 mei 2015
[X] B.V. te [Z], belanghebbende,
Beschikking, bezwaar en geding in eerste aanleg
Loop van het geding in hoger beroep
Vaststaande feiten
€ 31.833
Omschrijving geschil in hoger beroep en standpunten van partijen
- de BV heeft de facturen heeft geantedateerd, de facturen en de aangiften OB niet op elkaar aansluiten en in de administratie van belanghebbende de facturen van 19 juli 2010 en 17 augustus 2010 niet zijn terug te vinden. Over die maanden is er een bedrag van respectievelijk € 12.881 en € 10.074 terug te vorderen;
- op de inlening van het personeel de verleggingsregeling van toepassing was omdat de BV werkzaamheden heeft verricht aan onroerende zaken. Mitsdien is geen omzetbelasting verschuldigd over de aan belanghebbende doorbelaste uren. De rechtbank had het aanbod tot bewijs van belanghebbende dat ter zitting hierover is gedaan niet tardief mogen verklaren;
- belanghebbende aan de Belastingdienst rechtstreeks betalingen heeft gedaan onder de omschrijving “bet.reg.” De Ontvanger en de rechtbank gaan niet in op de omstandigheid dat belanghebbende en de BV een betalingsregeling zijn overeengekomen;
- er anders afgeboekt had moeten worden. De Ontvanger hanteert het bepaalde in artikel 7 van Pro de Invorderingswet 1990 te stringent.
Conclusies van partijen
Oordeel van de rechtbank
Beoordeling van het hoger beroep
€ 69.602[C]-/-
Proceskosten en griffierecht
Beslissing
1. Bij het beroepschrift wordt een kopie van deze uitspraak gevoegd.
2. Het beroepschrift wordt ondertekend en bevat ten minste:
- de naam en het adres van de indiener;
- de dagtekening;
- de vermelding van de uitspraak waartegen het beroep in cassatie is gericht;
- de gronden van het beroep in cassatie.