Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Arrest van 16 juni 2015
1. Parkkliniek B.V.,
2. Stichting Park Medisch Centrum,
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
- een verklaring voor recht dat de onder 2.2.i. genoemde ontbinding niet geldig is en dat de overeenkomst van kracht is gebleven;
- een bevel aan Parkkliniek c.s. de overeenkomst na te komen;
- veroordeling van Parkkliniek c.s. om de schorsingen van anesthesiologen [naam directeur, tevens een van de uitvoerende anesthesiologen] en [betrokkene 2] op te heffen en hen weer toe te laten tot de kliniek, met dwangsom;
- veroordeling van Parkkliniek c.s. om anesthesioloog [betrokkene 3] toe te laten tot de kliniek, met dwangsom;
- veroordeling van Parkkliniek c.s. tot betaling van schadevergoeding wegens de schending van de tussen partijen geldende exclusiviteitsafspraak;
Beslissing
- veroordeelt Parkkliniek c.s. tot betaling van AIC van € 49.025,50, te verminderen met het bedrag dat Parkkliniek c.s. reeds heeft betaald uit hoofde van de veroordeling bij het vonnis van 17 april 2013, te vermeerderen met de wettelijke rente als bedoeld in artikel 6:119a BW met ingang van 8 april 2011 tot aan de dag der voldoening;
- bekrachtigt de bestreden vonnissen voor het overige;
- veroordeelt AIC in de kosten van het hoger beroep, aan de zijde van Parkkliniek c.s. tot op heden begroot op € 1.862 aan verschotten en € 5.895,50 aan salaris (1,5 punt x € 3.895 – tarief VII);
- verklaart deze kostenvergoeding uitvoerbaar bij voorraad.