ECLI:NL:GHDHA:2015:1031
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- M.E. Sutorius-van Hees
- J. Labohm
- J. Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie na gijzeling wegens niet-betaling bij gebrek aan draagkracht
De man is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin zijn verzoek om de partneralimentatie met ingang van 1 november 2013 op nihil te stellen, was afgewezen. De vrouw had de man drie maanden laten gijzelen wegens het niet betalen van alimentatie, ondanks dat de man volgens het hof geen draagkracht had.
De man stelde dat hij geen inkomen had uit zijn bedrijf en eenmanszaak en dat hij sinds 28 april 2014 niet langer onderhoudsplichtig was omdat de vrouw opnieuw was gehuwd. Hij overlegde diverse stukken, waaronder bankafschriften en verklaringen over zijn inkomstenpositie. De vrouw betwistte dit en wees op onduidelijkheden en contante stortingen op de bankrekening van de man.
Het hof oordeelde dat de man aannemelijk had gemaakt dat hij in de periode van 1 november 2013 tot 28 april 2014 geen draagkracht had. De gelden in zijn stamrecht B.V. waren verdampt en hij had geen inkomsten uit zijn eenmanszaak. De contante stortingen bleken afkomstig van de verkoop van inboedel. Ook ontving hij toeslagen die wijzen op een beperkt vermogen.
Het hof vernietigde de bestreden beschikking en bepaalde dat de partneralimentatie vanaf 1 november 2013 op nihil wordt gesteld. De kosten van het hoger beroep werden gecompenseerd, waarbij iedere partij haar eigen kosten draagt.
Uitkomst: De partneralimentatie van de man aan de vrouw wordt met ingang van 1 november 2013 op nihil gesteld wegens het ontbreken van draagkracht.