Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de vrouw, bijgestaan door mr. S. Salhi;
- de man, bijgestaan door mr. E. Breetveld (kantoorgenoot van de advocaat van de man).
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak stond de verdeling van de ontbonden huwelijksgemeenschap centraal, waarbij de vrouw in hoger beroep vorderde dat een schuld van € 2.256,58 aan de Dienst Sociale Zaken en Werkgelegenheidsprojecten (DSZW) bij helfte zou worden gedeeld.
De rechtbank had eerder geoordeeld dat de vrouw niet voldoende had onderbouwd dat deze schuld op de peildatum, 22 november 2012, nog bestond binnen de gemeenschap. De vrouw voerde aan dat zij geen gelegenheid had gehad om tijdig stukken te overleggen omdat de peildatum pas in de beschikking was vastgesteld.
De man betwistte het bestaan en de hoogte van de schuld en stelde dat de wettelijke peildatum van toepassing was. Het hof oordeelde dat de vrouw onvoldoende bewijs had geleverd dat de schuld op de peildatum nog bestond, mede omdat de enige brief van de DSZW dateerde uit 2009.
Het hof bevestigde dat bij ontbinding van de huwelijksgemeenschap ieder van partijen de helft van de aanwezige gemeenschapsschulden draagt, tenzij bijzondere omstandigheden op grond van redelijkheid en billijkheid anders rechtvaardigen, wat hier niet was gesteld of gebleken.
Daarom werd de bestreden beschikking bekrachtigd en het hoger beroep van de vrouw afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de beschikking van de rechtbank en wijst het hoger beroep van de vrouw af wegens onvoldoende bewijs van de schuld op de peildatum.