ECLI:NL:GHDHA:2014:79
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Beoordeling hoger beroep tegen ontbinding arbeidsovereenkomst arbeidsongeschikte werknemer
De zaak betreft het hoger beroep van een werknemer tegen de ontbinding van haar arbeidsovereenkomst wegens gewichtige redenen, nadat haar re-integratie was mislukt. De kantonrechter had de arbeidsovereenkomst ontbonden met een vergoeding van €5.656,- bruto. MDG verzocht om uitvoerbaarverklaring bij voorraad, welke het hof afwees omdat het appelverbod van artikel 7:685 lid 11 BW Pro geen schorsende werking kent.
De werknemer stelde dat de ontbinding in strijd was met haar fundamentele recht op ontslagbescherming tijdens ziekte en dat het appelverbod onrechtmatig was, waardoor haar recht op een eerlijke behandeling werd geschonden. Het hof oordeelde dat het recht op ontslagbescherming niet als fundamenteel recht in deze zin geldt en dat de kantonrechter binnen het toepassingsgebied van artikel 7:685 BW Pro handelde.
Het hof benadrukte dat de ontbindingsprocedure een relatief summier en spoedig proces is, zonder toepassing van reguliere bewijsregels, en dat er geen algemeen strijdigheid met fundamentele rechtsbeginselen is. De werknemer had onvoldoende concreet onderbouwd dat in haar zaak sprake was van een schending van fundamentele rechtsregels. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de werknemer werd veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het hof verwerpt het hoger beroep en bevestigt de ontbinding van de arbeidsovereenkomst per 1 juli 2013.