ECLI:NL:GHDHA:2014:4740

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
18 november 2014
Publicatiedatum
23 maart 2023
Zaaknummer
200.145.183
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Civiel recht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 34 7 lid 1 RvArt. 3.2 SORArt. 3.3 SORArt. 3.4 SORArt. 4.2 SOR
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Hoger beroep in huurzaak volgens Second Opinion-procedure bevestigd vonnis kantonrechter

In deze zaak is hoger beroep ingesteld door appellant tegen Stichting Maasdelta Groep inzake een huurgeschil. Het hof heeft het verloop van het geding, inclusief een comparitie op 3 juli 2014, gevolgd waarbij de mogelijkheid van de Second Opinion-procedure is besproken en toegepast.

Partijen hebben de Second Opinion Reglementen (SOR) aanvaard door het invullen en ondertekenen van SO-formulieren, waardoor de conclusies van de kantonrechter als bindend zijn beschouwd. De enige grief van appellant betrof het niet toewijzen van zijn vorderingen door de rechtbank Rotterdam (sector kanton).

Het hof heeft de overwegingen van de kantonrechter overgenomen en het bestreden vonnis bekrachtigd zonder nadere motivering, conform artikel 4.2 SOR. Appellant is veroordeeld in de proceskosten, die beperkt zijn tot het griffierecht en een punt advocaatkosten volgens het liquidatietarief, in totaal €1.598,00.

Het arrest is uitgesproken op 18 november 2014 door het gerechtshof Den Haag, waarbij het vonnis van de rechtbank ongewijzigd blijft en appellant in het ongelijk wordt gesteld.

Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de kantonrechter en veroordeelt appellant in de proceskosten.

Uitspraak

GERECHTSHOF DEN HAAG

Afdeling Civiel recht
Zaaknummer : 200.145.183/01
Zaak/rolnummer rechtbank : 2022028/CV EXPL 13-15991

Arrest van 18 november 2014

inzake

[appellant],

zonder bekende woon- of verblijfplaats,
domicilie kiezende op het kantooradres van mr. Hoogenraad te Maassluis,
appellant,
hierna te noemen: [appellant],
advocaat: mr. M.E. Hoogenraad te Maassluis,
tegen
STICHTING MAASDELTA GROEP,
gevestigd te Spijkenisse,
geïntimeerde,
hierna te noemen: Maasdelta,
advocaat: mr. R.W.F. Heijmeriks te Spijkenisse.

Het verdere geding

Bij tussenarrest van 13 mei 2014 is een comparitie na aanbrengen bevolen. Het hof verwijst voor het verloop van het geding tot heden naar dit tussenarrest. Ter comparitie, die heeft plaatsgevonden op 3 juli 2014, is de mogelijkheid van de Second Opinion-procedure besproken. De behandelend advocaten hebben na afloop van de comparitie ieder een SO­ formulier als bedoeld in artikel 3.2. van het Second Opinion Reglement (SOR) ingevuld en onde1tekend. Voornoemd verzoek is toegestaan, \vaarna arrest is bepaald op heden.

Beoordeling van het hoger beroep volgens de Second Opinion-procedure

Met de namens hen verrichte invulling en ondertekening van de SO-formulieren hebben partijen ingestemd met het SOR en worden zij geacht de conclusies als bedoeld in artikel 34 7 lid I Rv te hebben genomen (zie ook de artikelen 3.3 en 3.4 SOR). De enige grief van [appellant] bestaat eruit dat de rechtbank Rotterdam (sector kanton) ten onrechte niet heeft beslist overeenkomstig hetgeen [appellant] in eerste aanleg heeft gevorderd of geconcludeerd.
Het hof - dat kennis heeft genomen van de stukken in eerste aanleg - neemt de overwegingen van de kantonrechter over en maakt deze tot de zijne. Derhalve zal het bestreden vonnis worden bekrachtigd. Dit behoeft, gezien artikel 4.2 SOR, geen nadere motivering.
3. Als de in hoger beroep in het ongelijk gestelde partij zal [appellant] worden veroordeeld in de daarop gevallen kosten, die ingevolge artikel 4.4 SOR beperkt zijn tot het door Maasdelta betaalde griffiegeld van€ 704,00 en, nu een comparitie heeft plaatsgevonden, één punt volgens het toepasselijke liquidatietarief,€ 894,00.

Beslissing

Het hof
  • bekrachtigt het vonnis waarvan beroep;
  • veroordeelt [appellant] in de kosten van de procedure in hoger beroep, tot op heden aan de zijde van Maasdelta begroot op een bedrag van € 1.598,00 waarvan € 704,00 voor griffierecht en € 894,00 voor salaris advocaat.
Dit arrest is gewezen door mrs. A. Dupain, T.G. Lautenbach en M.P.J. Ruijpers en is uitgesproken ter openbare terechtzitting van 18 november 2014 in aanwezigheid van de griffier.