Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
28 februari 2014 van de rechtbank Den Haag.
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
- de uitkering tot levensonderhoud voor de vrouw (hierna ook: partneralimentatie); en
- onderdeel 3 van de tussen partijen gesloten vaststellingsovereenkomst d.d. 10 februari 2014.
- dat de man met ingang van de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand tegen kwijting aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal uitkeren een bedrag van € 500,- bruto per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- dat de man met ingang van een jaar na de dag van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand tegen kwijting aan de vrouw tot haar levensonderhoud zal uitkeren een bedrag van € 660,- bruto per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
- dat het onderdeel uit de tussen partijen opgestelde vaststellingsovereenkomst onder punt 3, ziende op de betaling van rente en aflossing van het krediet van partijen, zal worden gewijzigd in € 320,- per maand gedurende 60 maanden.
30 juni 2015. Het hof heeft daarbij de financiële situatie van partijen op basis van ieders inkomen en lasten vergeleken. Het hof is van oordeel dat een partneralimentatie vanaf
30 juni 2015 van € 334,- bruto per maand redelijk en billijk en in overeenstemming met de wettelijke maatstaven is. Dit leidt in zoverre tot een vernietiging van de bestreden beschikking.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
mr. Van der Kamp als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van
10 september 2014.