Uitspraak
GERECHTSHOF ARNHEM-LEEUWARDEN
- het bedrag dat de man van 1 oktober 2013 tot 1 juli 2014 aan de vrouw zal verstrekken tot haar levensonderhoud bepaald op € 187,- per maand en met ingang van 1 juli 2014 op nihil;
- het bedrag dat de man vanaf 1 juli 2014 aan de vrouw zal verstrekken als bijdrage in de kosten van verzorging en opvoeding van de kinderen bepaald op € 461,- per kind per maand;
- bepaald dat, voor zover de man over de periode van 1 oktober 2013 tot heden meer heeft betaald dan de voornoemde bedragen, dat de bedoelde bijdrage over die periode nader wordt bepaald op hetgeen dienaangaande in feite is betaald of verhaald;
- voormelde beschikking van 21 december 2011 en het daaraan gehechte convenant en ouderschapsplan voor het overige gehandhaafd;
- primair: de verzoeken van de man tot nihilstelling dan wel wijziging van de alimentatie af te wijzen, althans niet-ontvankelijk te verklaren;
- subsidiair: een in goede justitie door het hof te bepalen alimentatie vast te stellen;
- voor het overige de bestreden beschikking te bekrachtigen.
rekening-courantschuld zou worden aangezuiverd door een dividenduitkering aan de man ter grootte van die schuld, kan [A] niet meer voldoen aan haar pensioenverplichtingen. De staatssecretaris van financiën heeft in zijn besluit van 13 maart 2013 nr BLKB 2013/27m richtlijnen geven voor het verminderen van pensioenen zonder dat er sprake is van een prijsgeven als bedoeld in artikel 19 eerste Pro lid onderdeel c van de Wet op de loonbelasting 1964 (hierna Wet LB). De vermindering van de pensioenaanspraken kan fiscaal neutraal slechts plaatsvinden indien de verslechterde vermogenspositie is veroorzaakt door verliezen van de BV en/of beleggingsverliezen. Indien niet is voldaan aan het vooromschreven besluit, kan indien er sprake is van uitholling van pensioenaanspraken, sprake zijn van het belastbaar prijsgeven van pensioenaanspraken. Op grond van artikel 19 b lid 1 onderdeel c Wet LB wordt het prijsgeven van pensioenrechten aangemerkt als het genieten van loon uit een vroegere dienstbetrekking. Volgens art 13 lid 5 Wet Pro LB en art 3.12 Uitvoeringsregeling Wet LB 2011 wordt de waarde in het economische verkeer in de heffing betrokken. Daarnaast is op grond van artikel 30i lid 1 onderdeel a jo lid Algemene wet inzake rijksbelastingen 20% revisierente verschuldigd. Ook kan de fiscus nog een boete opleggen van 25% over de verschuldigde belasting. Een dergelijk scenario zou leiden tot het faillissement van de vennootschap.
rekening-courantschuld is het creëren van een schuld en kan niet worden aangemerkt als het genieten van inkomsten. Nu er sprake is van een schuld van de man aan de BV dient rekening te worden gehouden met de daarover verschuldigde rente. Dat de rente wordt bijgeschreven in rekening-courant houdt in dat de man de rente betaalt. Vanuit het vennootschappelijk belang bezien is het verder laten oplopen de rekening-courantschuld onverantwoord aangezien de continuïteit van de BV direct in gevaar kan komen. Gelet op hetgeen het hof hiervoor heeft overwogen houdt het hof rekening met de rente die de man verschuldigd is over de
rekening-courantschuld.
rekening-courantverhouding en de hypothecaire lening samenhangende maandelijkse lasten van de man overschrijden in zowel de periode vóór als de periode na 1 juli 2014 ruimschoots zijn inkomen. Dit nog daargelaten de overige maandelijkse lasten die de man moet voldoen en zijn totale schuldenlast van ruim € 2.000.000,-.
- naast de omzet van de onderneming van de man [C] B.V. (hierna: [C]) hadden ook rentabiliteit, solvabiliteit, liquiditeit en prognoses beoordeeld moeten worden;
- er was geen wanbeleid door de door de man aangestelde adjunct-directeur van [C], maar verschil van inzicht tussen de man en hem. De man heeft te veel dividend uitgekeerd en zijn rekening-courantschuld te hoog laten oplopen, waardoor de onderneming in de problemen is gekomen;
- de man heeft zich te weinig ingespannen om een vervanger voor de adjunct-directeur te vinden en [C] een doorstart te laten maken. Dat had wel op zijn weg gelegen omdat hij zelf de onderneming niet kon leiden vanwege zijn psychische gesteldheid;
- de man heeft uitsluitend gehandeld in eigen belang. Hij heeft de bedrijfseconomische noodzaak van de verkoop van de onderneming niet aangetoond;
- de man is in staat opnieuw een onderneming op te zetten en advieswerkzaamheden te verrichten. Het inkomensverlies vanwege verkoop van [C] is herstelbaar.