ECLI:NL:GHDHA:2014:4327
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Warnaar
- Van den Wildenberg
- Sierksma
- Rechtspraak.nl
Opheffing ondertoezichtstelling minderjarige wegens onvoldoende grond voor verlenging
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de ondertoezichtstelling van haar minderjarige kind, die door de kinderrechter was verlengd tot 15 mei 2015. De moeder stelt dat de ondertoezichtstelling niet langer noodzakelijk is omdat zij zelf met haar netwerk de problemen van de minderjarige adequaat kan oplossen en dat de minderjarige het goed doet op school. Daarnaast wijst zij op het gebrek aan continuïteit van gezinsvoogden en het ontbreken van adequate steun van Jeugdzorg.
Jeugdzorg erkent de wisselingen van gezinsvoogden maar stelt dat de minderjarige gedrags- en hechtingsproblemen heeft en dat de thuissituatie ongeschikt is, mede vanwege vermoedelijke alcoholproblemen van de moeder en haar partner en de strijd tussen de ouders. Het hof overweegt dat een ondertoezichtstelling alleen verlengd kan worden indien de belangen van de minderjarige ernstig worden bedreigd en andere middelen falen.
Het hof concludeert dat de gronden voor verlenging ontbreken en dat Jeugdzorg haar verantwoordelijkheid onvoldoende heeft waargemaakt. De moeder toont bereidheid tot vrijwillige hulp en heeft positieve ontwikkelingen doorgemaakt. De huisvesting is niet ongeschikt gebleken en het ontbreken van een contactregeling met de vader is onvoldoende zwaarwegend. Daarom wordt de ondertoezichtstelling opgeheven met ingang van 10 december 2014.
Uitkomst: De ondertoezichtstelling van de minderjarige wordt opgeheven met ingang van 10 december 2014.