ECLI:NL:GHDHA:2014:3850
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs van wapenbezit in hoger beroep
In deze strafzaak stond verdachte terecht voor het bezit van een vuurwapen en bijbehorende munitie op of omstreeks 23 februari 2012 te Rotterdam. In eerste aanleg was verdachte vrijgesproken van het eerste ten laste gelegde feit en veroordeeld tot zes maanden gevangenisstraf voor het tweede ten laste gelegde feit, het wapenbezit.
Tegen deze veroordeling stelde verdachte hoger beroep in. Het hof heeft het onderzoek heropend om een cruciale getuige te horen, maar deze getuige verscheen niet en kon ook niet binnen een redelijke termijn worden gehoord. Daarnaast kon niet worden vastgesteld wie de twee anonieme getuigen waren die een belastende verklaring zouden hebben afgelegd.
Gezien het ontbreken van deze getuigenverklaringen en het ontbreken van ander overtuigend bewijs, oordeelde het hof dat het niet wettig en overtuigend bewezen kon worden dat verdachte het wapenbezit had gepleegd. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van het ten laste gelegde wapenbezit.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde wapenbezit wegens onvoldoende bewijs.