ECLI:NL:GHDHA:2014:3845

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
21 oktober 2014
Publicatiedatum
28 november 2014
Zaaknummer
22-005113-13
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak verdachte mensensmokkel via schijnhuwelijk wegens gebrek aan bewijs

De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot een taakstraf wegens mensensmokkel door het aangaan van een schijnhuwelijk om verblijf in het Verenigd Koninkrijk te faciliteren. In hoger beroep heeft het hof het vonnis vernietigd en de verdachte vrijgesproken.

Uit het dossier bleek dat de verdachte handelingen heeft verricht in het Verenigd Koninkrijk om een ander op onrechtmatige wijze aan een EER-verblijfsvergunning te helpen. Meerdere personen waren hierbij betrokken. Tijdens de zitting in hoger beroep werd een extramuraal begeleider gehoord die verklaarde dat de verdachte een IQ tussen 60 en 68 heeft, waardoor zij als zwakbegaafd of zeer verstandelijk beperkt wordt beschouwd. Dit beïnvloedde haar vermogen om de gevolgen van haar handelen te overzien.

Het hof achtte niet wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte met het vereiste (voorwaardelijk) opzet handelde om de ander een verblijfstitel te verschaffen. De verklaring van de verdachte dat zij verliefd was geworden in het Verenigd Koninkrijk, en haar verstandelijke beperking, leidden tot de conclusie dat zij niet bewust handelde met het oogmerk van mensensmokkel. Daarom sprak het hof de verdachte vrij van het ten laste gelegde.

Uitkomst: De verdachte is vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van opzet bij mensensmokkel door schijnhuwelijk.

Uitspraak

PROMIS
Rolnummer: 22-005113-13
Parketnummer: 10-963046-12
Datum uitspraak: 21 oktober 2014
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Rotterdam van 25 oktober 2013 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortejaar] 1968,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 7 oktober 2014.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep wordt vernietigd en dat de verdachte wordt vrijgesproken van het ten laste gelegde.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het ten laste gelegde veroordeeld tot een taakstraf voor de duur van 150 uren, waarvan 50 uren voorwaardelijk, met een proeftijd van 2 jaren.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
zij op een of meer tijdstippen in of omstreeks de periode van 01 maart 2008 tot en met 12 november 2009 te Rotterdam en/of Schiphol, gemeente Haarlemmermeer, in elk geval in Nederland, en/of in het Verenigd Koninkrijk tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, een ander, te weten een man genaamd [betrokkene] (geboren op [geboortejaar] 1977 te Nigeria) - zich noemende/uitgevende voor [betrokkene] (geboren op [geboortejaar] 1979 te Nigeria) -, (telkens) uit winstbejag behulpzaam is geweest bij het zich verschaffen van verblijf in het Verenigd Koninkrijk, in elk geval in een lidstaat van de Europese Unie of een staat die is toegetreden tot het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Protocol tegen de smokkel van migranten over land, over de zee en in de lucht, tot aanvulling van het op 15 november 2000 te New York totstandgekomen Verdrag tegen transnationale georganiseerde misdaad, of hem daartoe gelegenheid, middelen of inlichtingen heeft verschaft, terwijl verdachte en/of verdachtes mededader(s) wist(en) of ernstige redenen had(den) te vermoeden dat dat verblijf wederrechtelijk was, hebbende/zijnde verdachte en/of verdachtes mededader(s) (telkens)
- contact gelegd/gehad en/of onderhouden met voornoemde - onrechtmatig in het Verenigd Koninkrijk wonende/verblijvende - [betrokkene] en/of
- onder verstrekking van een adres in het Verenigd Koninkrijk (als zijnde verdachtes woonadres) en/of van het gegeven dat verdachte alleenstaand was, in/voor het Verenigd Koninkrijk een National Insurance Number aangevraagd en (op 13 maart 2008) verkregen, terwijl verdachte in Nederland ingeschreven en/of woonachtig was en/of (sedert 01 april 1997) gehuwd was, en/of
- met die [betrokkene] (op 02 april 2008) in het Verenigd Koninkrijk een schijnhuwelijk aangegaan en/of
- een op basis van voormeld schijnhuwelijk door/namens [betrokkene] (op 12 november 2009) ingediende aanvraag voor een EER-verblijfsvergunning ondersteund met verdachtes Nederlandse identiteitskaart en/of ten behoeve van die aanvraag een adres in het Verenigd Koninkrijk verstrekt en/of laten verstrekken (als zijnde verdachtes en/of [betrokkene]'s (gezamenlijke) woonadres), terwijl verdachte (nog steeds) in Nederland ingeschreven en/of woonachtig was, en/of
- ( een) (retour)vlucht(en) naar het Verenigd Koninkrijk gemaakt in het kader van voornoemd schijnhuwelijk en/of van (een) (andere) in het Verenigd Koninkrijk te verrichten handeling(en) ten behoeve van het - voor die [betrokkene] - verschaffen van verblijf, welke door verdachte gemaakte (retour)vlucht(en) voor haar was/waren geboekt en/of betaald, en/of
- geld ontvangen en/of op verdachtes bankrekening(en) overgemaakt of laten overmaken voor het aangaan van voornoemd schijnhuwelijk en/of voor (een) (andere) verrichtte en/of te verrichten handeling(en) ten behoeve van het
- voor die [betrokkene] - verschaffen van verblijf.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
Uit de zich in het dossier bevindende stukken blijkt dat de verdachte van Amsterdam naar het Verenigd Koninkrijk is gevlogen en vervolgens aldaar handelingen heeft verricht om [betrokkene] op wederrechtelijke wijze aan een EER-verblijfsvergunning te helpen. Voorts volgt uit die stukken dat hierbij meerdere personen betrokken zijn geweest.
Ter terechtzitting in hoger beroep is de extramuraal begeleider van de verdachte als getuige gehoord. Hij heeft verklaard dat het IQ van de verdachte is getest op 60-68 en dat de verdachte daarom als zwakbegaafd dan wel zeer verstandelijk beperkt moet worden beschouwd. Voorts heeft de getuige verklaard dat de verdachte, mede gelet op haar verstandelijke beperking, zich makkelijk laat verleiden en onvoldoende in staat is om de gevolgen van haar handelen te kunnen overzien. Ter onderbouwing van zijn verklaring is een verslag van een psycho-diagnostisch onderzoek overgelegd, opgesteld door drs B. Catshoek, BIG-geregistreerd GZ-psycholoog/orthopedagoog, waaruit een en ander in meer detail blijkt.
In het licht van het voorgaande acht het hof niet bewezen dat de verdachte - die ter terechtzitting in eerste aanleg en in hoger beroep heeft verklaard dat zij in het Verenigd Koninkrijk verliefd is geworden – gehandeld heeft met het voor een bewezenverklaring vereiste (voorwaardelijk) opzet om [betrokkene] een EER-verblijfsvergunning in het Verenigd Koninkrijk te doen verschaffen.
Naar het oordeel van het hof is – overeenkomstig de vordering van de advocaat-generaal en het standpunt van de raadsman – derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het ten laste gelegde heeft begaan en
spreektde verdachte daarvan
vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. Th.W.H.E. Schmitz, mr. M.I. Veldt-Foglia en mr. W.J. van Boven, in bijzijn van de griffier mr. R.W. van Zanten.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 21 oktober 2014.