Uitspraak
GERECHTSHOF Den Haag
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
- primair te bepalen dat het recht op omgang van de man met [naam kind] met onmiddellijke ingang wordt geschorst voor de duur van het onderzoek van de raad voor de kinderbescherming, althans voor de duur van 6 maanden vanaf de datum van het in deze zaak te wijzen arrest, althans voor een dusdanige periode als het hof in goede justitie vermeent te behoren;
- subsidiair te bepalen dat de zorgregeling bij beschikking d.d. 19 januari 2011 door de rechtbank Den Haag vastgesteld wordt gewijzigd, met dien verstande dat [naam kind] voor de duur van het onderzoek door de raad voor de kinderbescherming, althans voor de duur van 6 maanden vanaf de datum van het in deze zaak te wijzen arrest, althans voor een dusdanige periode als het hof in goede justitie vermeent te behoren een beperkt aantal uren per week (begeleide) omgang met de man zal hebben, waarbij overnachting wordt uitgesloten;
- de man (alsnog) in zijn reconventionele vorderingen niet-ontvankelijke te verklaren, althans zijn vorderingen af te wijzen;
- een en ander met veroordeling van de man in de kosten van beide instanties.
- de rechtbank acht het in het belang van de minderjarige dat er zo snel mogelijk contact is tussen de vader en de minderjarige, mits de veiligheid van de minderjarige is gewaarborgd;
- iedere verdere beslissing ten aanzien van de zorgregeling zal, in afwachting van het verloop van de gesprekken met de gezinsvoogd en het resultaat daarvan, worden aangehouden. Tevens zal de rechtbank de bij vonnis van 11 februari 2014 opgelegde omgangsregeling van de beschikking van 19 januari 2011 opschorten.