Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
- de advocaat van de moeder;
- namens de WWS: mevrouw [naam];
- de pleegmoeder.
Gerechtshof Den Haag
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de kinderrechter die haar verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling met haar minderjarige dochter heeft afgewezen. De moeder wilde dat de minderjarige gehoord werd over haar wens tot uitbreiding van de omgang, maar het hof ziet hiervan af omdat dit niet in het belang van de minderjarige is.
De minderjarige is gediagnosticeerd met ADHD en heeft een verstandelijke beperking. Zowel de William Schrikker Stichting als de pleegmoeder verklaren dat de minderjarige snel van slag raakt door veranderingen en niet goed kan antwoorden op vragen. Er is bovendien vrees dat het horen haar gezondheid kan schaden, mede door automutilerend gedrag bij verstoring van haar vertrouwde patronen.
Het hof overweegt dat de minderjarige inmiddels twaalf jaar is, maar dat op grond van artikel 809 lid 1 Rv Pro in verbinding met artikel 802 Rv Pro kan worden afgezien van het horen indien dit de gezondheid schaadt of de minderjarige niet in staat is een mening te vormen. Gezien de verklaringen acht het hof het aannemelijk dat de minderjarige niet in staat is een mening te vormen over de omgang en dat het horen haar gezondheid zou schaden.
De grief van de moeder slaagt niet en het hof bekrachtigt de bestreden beschikking, waarmee het verzoek tot uitbreiding van de omgangsregeling wordt afgewezen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de afwijzing van de uitbreiding van de omgangsregeling en ziet af van het horen van de minderjarige wegens haar geestelijke stoornis en het belang van haar gezondheid.