Uitspraak
- op 5 juli 2013 een brief van 4 juli 2013 met als bijlage een V-formulier van 4 juli 2013 met bijlage;
- op 4 september 2013 een V-formulier van 3 september 2013 met bijlagen.
- de vrouw, bijgestaan door haar advocaat;
- de man, bijgestaan door zijn advocaat.
- € 395,- per maand over de periode 1 september 2009 tot 1 april 2010;
- € 388,- per maand over de periode van 1 april 2010 tot 1 december 2010;
- € 401,- per maand over de periode december 2010;
- € 400,- per maand over de periode 1 januari 2011 tot 1 januari 2013;
- € 406,80 per maand vanaf 1 januari 2013;
- wettelijke indexering per 1 januari 2014;
- € 194,64 per maand over de periode 1 september 2009 tot 1 april 2010;
- € 291,60 per maand over de periode van 1 april 2010 tot 1 december 2010;
- € 301,44 per maand over de periode december 2010;
- € 206,30 per maand over de periode van 1 januari 2011 tot 1 januari 2012;
- € 194,62 per maand over de periode van 1 januari 2012 tot 1 november 2012;
- € 158,88 per maand over de periode van 1 november 2012 tot 1 januari 2013;
- € 140,13 per maand vanaf 1 januari 2013;
Omvang van het geschil
Ingangsdatum
Verdeling van de kosten van de minderjarige
Draagkracht van de man
€ 49.920,-. Na aftrek van de advocaatkosten van € 28.000,- resteert dan een netto vergoeding van € 21.920,-. Gebruteerd komt dit neer op een bedrag van € 45.670,- aan restant van de ontslagvergoeding. Gelet hierop is het hof met de man van oordeel dat de man in staat (is geweest) om gedurende een periode van 9 maanden zijn WW-uitkering aan te vullen tot € 9.000,- per maand, dat wil zeggen van 1 april 2010 tot 1 januari 2011. Ook voor deze periode houdt het hof daarnaast rekening met een inkomen uit vermogen van € 459,- per jaar.
€ 1.146,- per maand inclusief fiscaal voordeel bedraagt.
Draagkracht van de vrouw
Conclusie
Proceskostenveroordeling
mr. Evertsen als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 14 mei 2014.