De verdachte, pleegmoeder van twee jonge kinderen, werd beschuldigd van het stelselmatig mishandelen van deze pleegkinderen gedurende een periode van ruim vier jaar. Het hof heeft vastgesteld dat zij de kinderen herhaaldelijk heeft geslagen met diverse voorwerpen en ze met blote knieën op stenen heeft laten zitten, wat leidde tot lichamelijk letsel en psychische schade.
De verdachte ontving opvoedingsondersteuning en was op de hoogte dat geweld tegen kinderen niet geaccepteerd werd, maar heeft desondanks haar gedrag voortgezet. Het hof verwierp het verweer van psychische overmacht en oordeelde dat de verdachte haar wilsvrijheid niet had verloren en alternatieven had kunnen kiezen.
De rechtbank legde eerder een taakstraf met proeftijd op, maar het hof vond deze straf onvoldoende gelet op de ernst en duur van de feiten. Daarom werd de straf verhoogd tot een onvoorwaardelijke gevangenisstraf van één maand en een taakstraf van 150 uur, met een vervangende hechtenis van 75 dagen bij niet-naleving.