ECLI:NL:GHDHA:2014:3275
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.E. Mos-Verstraten
- J.A.C. Bartels
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- Rechtspraak.nl
Ontvankelijkheid Openbaar Ministerie in vervolging na TOMMI-zitting en terugwijzing naar rechtbank
In deze strafzaak stond de ontvankelijkheid van het Openbaar Ministerie centraal na een eerdere niet-ontvankelijkverklaring door de kinderrechter. De verdachte was tijdens een TOMMI-zitting in september 2011 een werkstraf van 20 uur en een schadevergoeding 'nader overeen te komen' aangeboden om strafvervolging te voorkomen. De raadsman van de verdachte betwistte het schadebedrag van €194,35 en vroeg om bewijsstukken ter onderbouwing, hetgeen niet werd geleverd.
De discussie over de schadevergoeding leidde ertoe dat het Openbaar Ministerie de zaak aan de kinderrechter voorlegde, waarna de kinderrechter het Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk verklaarde. Het hof overwoog dat een TOMMI-zitting niet bedoeld is voor uitgebreid debat over schadebedragen en dat de bevoegdheid tot strafvervolging herleeft indien het transactieaanbod niet wordt aanvaard. Omdat geen strafbeschikking was uitgevaardigd, stond niets aan dagvaarding in de weg.
Het hof verklaarde het Openbaar Ministerie ontvankelijk en vernietigde het vonnis van de kinderrechter. Vervolgens wees het de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor een inhoudelijke behandeling met inachtneming van het arrest. De beslissing werd genomen door een meervoudige kamer van het Gerechtshof Den Haag op 2 oktober 2014.
Uitkomst: Het hof verklaart het Openbaar Ministerie ontvankelijk en wijst de zaak terug naar de rechtbank Rotterdam voor inhoudelijke behandeling.