Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
5 april 2014 bij de vader in Nederland verblijft.
Gerechtshof Den Haag
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank die hen gezamenlijk gezag toekende over hun minderjarige kind. De vader en moeder verzoeken het eenhoofdig gezag aan de vader toe te kennen, omdat het gezamenlijk gezag praktisch onuitvoerbaar is door communicatieproblemen en afstand.
De minderjarige verblijft sinds april 2014 bij de vader in Nederland, terwijl de moeder in het buitenland woont. De moeder heeft in verklaringen bevestigd dat zij het eenhoofdig gezag aan de vader wil toekennen. Het hof weegt het belang van het kind en constateert dat de vader de verzorging en opvoeding op zich neemt en de moeder op de hoogte zal houden.
Gezien de omstandigheden en het belang van het kind vernietigt het hof de bestreden beschikking en kent het het eenhoofdig gezag toe aan de vader, waarmee hij zelfstandig noodzakelijke beslissingen kan nemen.
Uitkomst: Het hof kent het eenhoofdig gezag over de minderjarige toe aan de vader en vernietigt de beschikking van de rechtbank.