ECLI:NL:GHDHA:2014:2879
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Chr.A. Baardman
- A. Kuijer
- H.A. van Brummen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep gegrond: niet-ontvankelijkverklaring OM vernietigd en zaak terugverwezen
In deze strafzaak heeft het Gerechtshof Den Haag het hoger beroep van het openbaar ministerie gegrond verklaard tegen het vonnis van de rechtbank Den Haag dat het OM niet-ontvankelijk had verklaard in de vervolging.
De rechtbank had geoordeeld dat het binnentreden van de verbalisanten zonder machtiging en het ontbreken van cautie vormverzuimen waren die tot niet-ontvankelijkheid leidden. Het hof stelde echter vast dat er onvoldoende bewijs was voor expliciete toestemming bij het binnentreden, maar dit vormverzuim niet tot niet-ontvankelijkheid mocht leiden. Ook was er geen sprake van een verhoorsituatie bij het binnentreden, zodat cautie niet verplicht was.
Verder oordeelde het hof dat het handelen van de verbalisanten niet als een doorzoeking kwalificeerde, zodat geen machtiging nodig was. Het hof vernietigde het vonnis van de rechtbank en verwees de zaak terug naar de rechtbank Den Haag voor inhoudelijke behandeling, conform artikel 423 lid 2 Sv Pro.
De verdediging had primair bevestiging van het vonnis gevorderd, maar bij vernietiging subsidiair terugwijzing. Het hof volgde dit laatste en wees de zaak terug. Het arrest is gewezen door drie rechters, waarvan één niet medeondertekende.
Uitkomst: Het hof vernietigt het vonnis en wijst de zaak terug naar de rechtbank voor inhoudelijke behandeling.