ECLI:NL:GHDHA:2014:2810
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.V. van den Berg
- M.A.F. Tan-de Sonnaville
- M.J. van der Ven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep inzake aansprakelijkheid zaadleverancier bij virus in paprika's
In deze civiele zaak stond centraal of appellant kon bewijzen dat geïntimeerde het litigieuze zaad van Ajuma-peperplanten had aangekocht terwijl zij wist of redelijkerwijs had moeten vermoeden dat het zaad niet aan de wettelijke eisen voldeed. Dit zaad was niet afgenomen wegens de aanwezigheid van een virus.
Appellant bracht verschillende getuigenverklaringen in, waaronder die van een partijgetuige en medewerkers van geïntimeerde. De verklaringen van de medewerkers ontkenden dat er sprake was van ontbrekende papieren bij het zaad. De partijgetuige kon geen aanvullend bewijs leveren omdat zijn verklaring als partijgetuige slechts ondersteunend kan zijn bij onvolledig bewijs, wat hier niet het geval was.
Verder bleek uit de stukken dat het zaad geleverd was met een leverbon en in een originele, gesloten verpakking met etiket, conform de wettelijke vereisten. Appellant slaagde er niet in aannemelijk te maken dat geïntimeerde niet aan deze eisen had voldaan.
Daarom concludeerde het hof dat appellant niet had bewezen dat geïntimeerde wist of had moeten vermoeden dat het zaad niet aan de eisen voldeed. Dit leidde tot het falen van alle grieven van appellant, waardoor het hof het vonnis van de rechtbank bekrachtigde, het hoger beroep afwees en appellant veroordeelde in de kosten van het geding.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis van de rechtbank en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende bewijs dat geïntimeerde wist dat het zaad niet aan wettelijke eisen voldeed.