Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:GHDHA:2014:2758

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
19 augustus 2014
Publicatiedatum
19 augustus 2014
Zaaknummer
2200009214
Instantie
Gerechtshof Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Vrijspraak
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vrijspraak poging zware mishandeling en bedreiging politieambtenaren Rotterdam

In de nacht van oud en nieuw 2014 stonden twee politieambtenaren in uniform voor een café in Rotterdam na een vechtpartij. Vanuit de deuropening werd een halfvol bierflesje in hun richting gegooid. De verdachte werd ervan verdacht dit flesje te hebben gegooid met opzet om zwaar lichamelijk letsel toe te brengen of hen te bedreigen.

Het hof baseerde zich op camerabeelden waaruit bleek dat het flesje in een boogje werd gegooid en voor de voeten van een politieagente viel die niet opzij sprong. De beelden toonden niet aan dat het flesje met kracht of gericht op de hoofden van de politieambtenaren werd gegooid. De verdachte ontkende opzet en het hof achtte het niet bewezen dat hij het opzet had om zwaar letsel toe te brengen of om te bedreigen.

De advocaat-generaal vorderde vrijspraak voor het primair ten laste gelegde en een gevangenisstraf voor het subsidiair ten laste gelegde. Het hof volgde de advocaat-generaal en sprak de verdachte vrij van beide tenlasteleggingen wegens gebrek aan wettig en overtuigend bewijs.

Het vonnis van de politierechter werd vernietigd en het hof deed opnieuw recht door de verdachte vrij te spreken. Dit arrest werd gewezen door een meervoudige kamer van het gerechtshof Den Haag op 19 augustus 2014.

Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken wegens onvoldoende bewijs van poging zware mishandeling en bedreiging.

Uitspraak

Rolnummer: 22-000092-14
Parketnummer: 10-661001-14
Datum uitspraak: 19 augustus 2014
TEGENSPRAAK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de politierechter in de rechtbank Rotterdam van 3 januari 2014 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [geboorteplaats] op [geboortedag] 1972,
[adres].
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en het onderzoek
op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 5 augustus 2014.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal en van hetgeen door en namens de verdachte naar voren is gebracht.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd, dat de verdachte van het primair ten laste gelegde zal worden vrijgesproken en ter zake van het subsidiair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 maanden met aftrek van voorarrest.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 10 maanden, waarvan 4 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaren en bijzondere voorwaarden als weergegeven in het vonnis waarvan beroep, met aftrek van voorarrest.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
hij op of omstreeks 01 januari 2014 te Rotterdam ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om aan één of meerdere perso(o)n(en), te weten [aangever 1] en/of [aangever 2], opzettelijk zwaar lichamelijk letsel toe te brengen, met dat opzet een fles (bier), althans een hard (glazen) voorwerp naar het/de hoofd(en), althans in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2]
te gooien, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
subsidiair:
hij op of omstreeks 01 januari 2014 te Rotterdam
[aangever 1] en/of [aangever 2] heeft bedreigd met enig misdrijf tegen het leven gericht, althans met zware mishandeling, immers heeft verdachte opzettelijk dreigend een fles (bier), althans een hard (glazen) voorwerp naar, althans in de richting van die [aangever 1] en/of [aangever 2] gegooid.
Het vonnis waarvan beroep
Het vonnis waarvan beroep kan niet in stand blijven, omdat het hof zich daarmee niet verenigt.
Vrijspraak
In de nacht van oud en nieuw 2014 bevinden zich politieambtenaren bij een café in Rotterdam in verband met een melding van een vechtpartij aldaar. Kort nadat de vechtpartij was beëindigd staan twee politieambtenaren, in uniform en naast elkaar, met een aantal andere personen nog op het trottoir voor het café, op
een afstand van ongeveer twee meter van de ingang van het café. Op enig moment wordt vanuit de deuropening van het café een - naar later bleek halfvol - bierflesje in de richting van deze politieambtenaren gegooid. Mede op grond van zijn eigen verklaring gaat het hof ervan uit dat de verdachte het bierflesje heeft gegooid. Niet blijkt dat de verdachte daarbij iets heeft gezegd of geroepen.
Aan de verdachte is primair poging tot zware mishandeling ten laste gelegd en subsidiair bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht althans met zware mishandeling.
Ten aanzien van het primair ten laste gelegde
De verdachte heeft steeds ontkend dat hij de politieambtenaren iets heeft willen aandoen. De advocaat-generaal heeft gevorderd en de raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte van het primair ten laste gelegde zal respectievelijk dient te worden vrijgesproken.
Uit de ter terechtzitting in hoger beroep getoonde camerabeelden blijkt dat één van de politieagenten het flesje - kennelijk - ziet naderen en opzij springt en
dat de andere politieagente blijft staan. Voorts blijkt uit die beelden dat het bierflesje in een boogje werd gegooid en voor de voeten van de politieagente, die was blijven staan, op de grond terecht is gekomen.
Aldus valt uit de camerabeelden niet af te leiden dat de verdachte het bierflesje met kracht gegooid heeft en evenmin dat hij het in de richting van de hoofden van de twee politieagenten of het hoofd van één van hen heeft gegooid. Gelet op deze feitelijke gang van zaken is het hof met de raadsvrouw en de advocaat-generaal van oordeel dat niet bewezen is dat de verdachte opzet, al dan niet in voorwaardelijke zin, had op het toebrengen van zwaar lichamelijk letsel aan de aangeefsters of aan één van hen.
Ten aanzien van het subsidiair ten laste gelegde
Het hof is anders dan de advocaat-generaal, van oordeel dat het subsidiair ten laste gelegde evenmin bewezen is. Voor een veroordeling ter zake van bedreiging met enig misdrijf tegen het leven gericht dan wel met zware mishandeling is vereist dat de bedreiging van dien aard is en onder zodanige omstandigheden is geschied dat bij de bedreigde de redelijke vrees kon ontstaan dat hij
het leven zou kunnen verliezen dan wel zwaar lichamelijk letsel zou kunnen oplopen en dat het opzet van de verdachte daarop was gericht. Gelet op hetgeen in het voorgaande is overwogen omtrent de handelwijze van de verdachte is het hof van oordeel dat het handelen van de verdachte niet van dien aard was dat bij aangeefsters de redelijke vrees kon ontstaan dat het flesje hen op zodanige wijze zou kunnen raken dat zij het leven zouden kunnen verliezen dan wel zwaar lichamelijk letsel zouden kunnen oplopen.
Naar het oordeel van het hof is derhalve niet wettig en overtuigend bewezen hetgeen aan de verdachte primair en subsidiair is ten laste gelegd, zodat de verdachte daarvan behoort te worden vrijgesproken.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart niet bewezen dat de verdachte het primair en subsidiair ten laste gelegde heeft begaan en spreekt de verdachte daarvan vrij.
Dit arrest is gewezen door mr. G.P.A. Aler, mr. H.M.A. de Groot en mr. R.C. Langeler, in bijzijn van de griffier mr. C.E. Koppelaars.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 19 augustus 2014.
Mr. G.P.A. Aler is buiten staat dit arrest te ondertekenen.