ECLI:NL:GHDHA:2014:2679
Gerechtshof Den Haag
- Rekestprocedure
- Obbink-Reijngoud
- Mink
- Mulder
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep partneralimentatie: vaststelling behoefte en draagkracht
Deze zaak betreft een hoger beroep tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam over partneralimentatie. De vrouw verzoekt vernietiging van de beschikking waarin de alimentatie was vastgesteld op €200 per maand, terwijl de man verzoekt haar verzoeken af te wijzen of haar niet-ontvankelijk te verklaren.
Het hof stelt vast dat de behoefte van de vrouw €1.835 netto per maand bedraagt, gebaseerd op eerdere berekeningen en zonder dat er sprake is van noemenswaardige wijzigingen in haar uitgavenpatroon. Het netto besteedbaar inkomen van de vrouw wordt berekend op €1.054 per maand, waardoor haar aanvullende behoefte op €781 netto per maand wordt gesteld, wat gebruteerd €1.240 per maand betekent.
De vrouw kan niet volledig in haar levensonderhoud voorzien en heeft enige gezondheidsklachten, terwijl zij inmiddels maximaal werkt. De man heeft voldoende draagkracht om deze bijdrage te betalen. Het hof vernietigt daarom de bestreden beschikking en bepaalt de alimentatie met ingang van 25 februari 2013 op €1.240 per maand, uitvoerbaar bij voorraad.
Uitkomst: Het hof stelt de partneralimentatie vast op €1.240 per maand met ingang van 25 februari 2013.