Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
PROCESVERLOOP IN EERSTE AANLEG EN VASTSTAANDE FEITEN
- de moeder is eenhoofdig belast met het gezag over voornoemde minderjarige;
- de vader heeft de minderjarige erkend.
Vrijdag webinar: live demo van Lexboost
Gerechtshof Den Haag
De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank Rotterdam waarin een voorlopige omgangsregeling via het Rotterdams Omgangshuis werd vastgesteld en zij werd veroordeeld tot betaling van een dwangsom bij niet-medewerking. De moeder verzocht tevens om schorsing van de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van deze beschikking.
Het hof overweegt dat de rechtbank zich bij het bepalen van de omgangsregeling heeft gebaseerd op een raadsrapport dat door de raad zelf als ondeugdelijk is aangemerkt en zal worden ingetrokken. Hierdoor is een wezenlijke grondslag van de beschikking komen te vervallen, wat rechtvaardigt dat van de eerdere beslissing wordt afgeweken.
Daarnaast oordeelt het hof dat de rechtbank buiten de rechtsstrijd is getreden door ambtshalve een dwangsom op te leggen aan de moeder, terwijl zij eenhoofdig gezag heeft en artikel 1:377a BW geen dwangmiddelen voorziet. Daarom wordt ook de uitvoerbaarverklaring van de dwangsom geschorst.
Het hof wijst het verzoek van de moeder tot schorsing toe en bepaalt dat de behandeling van het hoger beroep zal worden voortgezet op een nader te bepalen datum.
Uitkomst: Het hof schorst de uitvoerbaarverklaring bij voorraad van de voorlopige omgangsregeling en de aan de moeder opgelegde dwangsom.