ECLI:NL:GHDHA:2014:2324
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- R.M. Bouritius
- M.J.J. van den Honert
- B.A. Stoker-Klein
- Rechtspraak.nl
Openbaar Ministerie niet-ontvankelijk wegens schending hoorrecht minderjarige bij vervolging
In deze zaak stond de vervolging van een verdachte wegens ontucht met minderjarigen centraal. De verdachte was niet verschenen, maar werd vertegenwoordigd door zijn raadsman. Het verweer richtte zich primair op het niet naleven van artikel 167a Sv, dat het recht van de minderjarige op het geven van een mening over de vervolging waarborgt.
Het hof oordeelde dat hoewel de minderjarige tijdens een politieverhoor haar mening had gegeven, deze uitlatingen niet materieel in de vervolgingsbeslissing waren betrokken. Bovendien was de minderjarige niet adequaat geïnformeerd over de consequenties van haar uitlatingen, waardoor het gehoor niet voldeed aan de wettelijke eisen.
Gelet op het belang van de minderjarige en het ontbreken van een deugdelijke belangenafweging heeft het hof het openbaar ministerie niet-ontvankelijk verklaard in de vervolging van twee van de drie ten laste gelegde feiten. De vervolging van het derde feit werd voortgezet met een gewijzigde tenlastelegging en een eis tot taakstraf en voorwaardelijke gevangenisstraf.
Uitkomst: Het hof verklaart het openbaar ministerie niet-ontvankelijk in de vervolging van twee feiten wegens schending van artikel 167a Sv.