Uitspraak
Gerechtshof Den Haag
Arrest
[verdachte],
1.hij op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft ter uitvoering van het door verdachte voorgenomen misdrijf om tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, opzettelijk en al dan niet met voorbedachten rade [slachtoffer 1] van het leven te beroven, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen, met dat opzet en na kalm beraad en rustig overleg,
2.hij op of omstreeks 08 oktober 2013 te Delft tezamen en in vereniging met anderen of een ander, althans alleen, aan een persoon (te weten [slachtoffer 2]), opzettelijk en met voorbedachten rade, althans opzettelijk, zwaar lichamelijk letsel (te weten een gebroken knokkel in de (rechter)hand), heeft toegebracht, door opzettelijk, na kalm beraad en rustig overleg, althans opzettelijk
2.hij op 08 oktober 2013 te Delft, opzettelijk mishandelend, een persoon, [slachtoffer 2],
3.hij op 07 oktober 2013 te Delft opzettelijk een persoon (te weten [slachtoffer 2]), met een hand bij de keel heeft gepakt en tegen het gezicht heeft geslagen terwijl verdachte een grote ring droeg, waardoor deze letsel heeft bekomen en pijn heeft ondervonden.
Mishandeling, meermalen gepleegd.
BESLISSING
leerstrafvoor de duur van
30 (dertig) uren,indien niet naar behoren verricht te vervangen door
15 (vijftien) dagen jeugddetentie.
Veroordeelt de verdachte tot jeugddetentie voor de duur van 3 (drie) maanden.
2 (twee) jarenaan een strafbaar feit heeft schuldig gemaakt of ten behoeve van het vaststellen van zijn/haar identiteit geen medewerking heeft verleend aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of geen identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage heeft aangeboden dan wel de hierna te noemen bijzondere voorwaarde(n) niet heeft nageleefd.
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 1]
Vordering van de benadeelde partij [slachtoffer 2]
€ 739,99 (zevenhonderdnegenendertig euro en negenennegentig cent) bestaande uit € 339,99 (driehonderdnegenendertig euro en negenennegentig cent) materiële schade en € 400,00 (vierhonderd euro) immateriële schadeen veroordeelt de wettelijke vertegenwoordiger(s) van de verdachte om dit bedrag tegen een behoorlijk bewijs van kwijting te betalen aan de benadeelde partij.