Uitspraak
GERECHTSHOF Den Haag
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
€ 7.211,70 zoals vermeld in r.o. 5.12.
Gerechtshof Den Haag
In deze zaak staat de aanspraak van de vrouw op pensioenverevening na echtscheiding centraal. De man is inmiddels 65 jaar geworden en stelt dat de vrouw haar pensioenrechten heeft verwerkt door stilzitten, wat het hof verwerpt. De vrouw heeft actief gehandeld door contact op te nemen met Aegon en de man, ondanks verhuizing, om haar rechten te effectueren.
Het hof overweegt dat rechtsverwerking niet kan worden aangenomen op basis van enkel tijdsverloop en stilzitten, maar dat er bijzondere omstandigheden moeten zijn. Die ontbreken hier. De man had bovendien de plicht de vrouw actief te informeren over het pensioen, wat hij niet heeft gedaan.
Verder bevestigt het hof dat de ingangsdatum van het pensioen de 65e verjaardag van de man is, 25 juni 2008. De man moet maandelijks een bedrag van €470,78 aan de vrouw betalen, ongeacht dat hij zelf per kwartaal wordt uitbetaald. Het hof corrigeert een rekenfout in het vonnis van de rechtbank en stelt het bedrag voor achterstallige betalingen vast op €7.060,70.
De vrouw vordert tevens schadevergoeding wegens onrechtmatig handelen van de man, maar het hof oordeelt dat het innemen van een standpunt dat men niet hoeft te verevenen niet onrechtmatig is. De proceskosten in hoger beroep worden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof wijzigt de betalingsverplichting tot €7.060,70 en bekrachtigt het vonnis verder, met compensatie van proceskosten.