ECLI:NL:GHDHA:2014:1905

Gerechtshof Den Haag

Datum uitspraak
10 juni 2014
Publicatiedatum
10 juni 2014
Zaaknummer
2200512813
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Nietig
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 588a SvArt. 588, derde lid, sub 3 SvArt. 422a Sv
Verwijzingen
4 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Nietigheid dagvaarding en terugwijzing zaak wegens ongeldige betekening

In deze strafzaak ging het om een diefstal met geweld gepleegd op 19 december 2003 te Gorinchem. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot 30 maanden gevangenisstraf. In hoger beroep werd de verdachte aanvankelijk niet-ontvankelijk verklaard, waarna cassatie werd ingesteld. De Hoge Raad vernietigde het arrest en verwees de zaak terug naar het gerechtshof voor hernieuwde behandeling.

Tijdens de terechtzitting in hoger beroep bleek dat de betekening van de dagvaarding in eerste aanleg niet correct was verlopen. De dagvaarding was niet geldig aan de verdachte betekend omdat deze niet was toegezonden aan het door de verdachte opgegeven adres, terwijl dit volgens de toen geldende jurisprudentie noodzakelijk was. Hierdoor was de dagvaarding nietig.

Het hof vernietigde het vonnis waarvan beroep en verklaarde de dagvaarding nietig. De zaak werd terugverwezen naar de rechtbank Dordrecht voor een nieuwe behandeling, omdat de verdachte niet was verschenen en geen instemming had gegeven met afdoening in hoger beroep. De uitspraak werd gedaan door het hof Den Haag op 10 juni 2014.

Uitkomst: De dagvaarding in eerste aanleg is nietig verklaard en de zaak is terugverwezen naar de rechtbank Dordrecht.

Uitspraak

Rolnummer: 22-005128-13
Parketnummer: 11-006023-04
Datum uitspraak: 10 juni 2014
VERSTEK

Gerechtshof Den Haag

meervoudige kamer voor strafzaken

Arrest

gewezen op het hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht van 1 februari 2005 in de strafzaak tegen de verdachte:

[verdachte],

geboren te [plaats] [land] op [datum] 1963,
thans zonder bekende vaste woon- of verblijfplaats hier te lande.
Onderzoek van de zaak
Dit arrest is gewezen naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting in eerste aanleg en - na verwijzing van de zaak door de Hoge Raad der Nederlanden - het onderzoek op de terechtzitting in hoger beroep van dit hof van 27 mei 2014.
Het hof heeft kennisgenomen van de vordering van de advocaat-generaal.
De advocaat-generaal heeft gevorderd dat het vonnis waarvan beroep zal worden vernietigd en dat de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde zal worden veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 3 jaren.
Procesgang
In eerste aanleg is de verdachte ter zake van het primair ten laste gelegde veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 30 maanden, met aftrek van voorarrest. Voorts is een beslissing genomen omtrent de vordering van de benadeelde partij en het beslag als nader omschreven in het vonnis waarvan beroep.
Namens de verdachte is tegen het vonnis hoger beroep ingesteld.
Dit hof heeft bij arrest van 30 januari 2012 de verdachte niet-ontvankelijk verklaard in het hoger beroep.
Namens verdachte is tegen het arrest beroep in cassatie ingesteld.
De Hoge Raad der Nederlanden heeft bij arrest van
19 november 2013 het arrest van het hof vernietigd en de zaak teruggewezen naar dit hof, opdat de zaak op het bestaande hoger beroep opnieuw wordt berecht en afgedaan.
Tenlastelegging
Aan de verdachte is ten laste gelegd dat:
primair:
hij op of omstreeks 19 december 2003 te Gorinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
A)
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) geldbedrag(en) (ongeveer 3900 Euro en/of 4300 US Dollars en/of één of meerdere buitenlandse munt(en)) en/of een mobiele telefoon en/of een fototoestel en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan zijn mededader(s) hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of
B)
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en) (ongeveer 3900 Euro en/of 4300 US Dollars en/of één of meerdere buitenlandse munt(en)) en/of een mobiele telefoon en/of een fototoestel en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval van enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan verdachte en/of zijn mededader(s),
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat hij, verdachte, en/of zijn, verdachtes, mededader(s), een vuurwapen (pistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht;
subsidiair:
[medeverdachte] op of omstreeks 19 december 2003 te Gorinchem, tezamen en in vereniging met een ander of anderen, althans alleen,
A)
met het oogmerk van wederrechtelijke toe-eigening heeft weggenomen (een) geldbedrag(en) (ongeveer 3900 Euro en/of 4300 US Dollars en/of één of meerdere buitenlandse munt(en)) en/of een mobiele telefoon en/of een fototoestel en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) en/of aan verdachte, welke diefstal werd voorafgegaan en/of vergezeld en/of gevolgd van geweld en/of bedreiging met geweld tegen die [slachtoffer], gepleegd met het oogmerk om die diefstal voor te bereiden en/of gemakkelijk te maken en/of om bij betrapping op heterdaad aan zichzelf en/of aan (een) andere deelnemer(s) van voormeld misdrijf hetzij de vlucht mogelijk te maken, hetzij het bezit van het gestolene te verzekeren,
en/of
B)
met het oogmerk om zich en/of (een) ander(en) wederrechtelijk te bevoordelen door geweld en/of bedreiging met geweld [slachtoffer] heeft gedwongen tot de afgifte van (een) geldbedrag(en) (ongeveer 3900 Euro en/of 4300 US Dollars en/of één of meerdere buitenlandse munt(en)) en/of een mobiele telefoon en/of een fototoestel en/of één of meerdere siera(a)d(en), in elk geval van enig goed,
geheel of ten dele toebehorende aan die [slachtoffer], in elk geval aan een ander of anderen dan aan die [medeverdachte] en/ofzijn mededader(s) en/of aan verdachte,
welk geweld en/of welke bedreiging met geweld hierin bestond(en) dat die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) een vuurwapen (pistool), althans een op een vuurwapen gelijkend voorwerp, op die [slachtoffer] heeft/hebben gericht,
tot en/of bij het plegen van welk misdrijf verdachte op of omstreeks 19 december 2003 te Gorinchem en/of elders in Nederland, opzettelijk gelegenheid, middelen en/of inlichtingen heeft verschaft en/of opzettelijk behulpzaam is geweest door die [medeverdachte] en/of zijn mededader(s) naar de plaats van het delict te vervoeren.
Geldigheid van de inleidende dagvaarding
Ter terechtzitting in hoger beroep van 27 mei 2014 is gebleken dat de betekening van de dagvaarding van de verdachte om op de terechtzitting in eerste aanleg te verschijnen niet geldig heeft plaatsgevonden. Immers, op 14 december 2004 is getracht de dagvaarding uit te reiken op het door de verdachte opgegeven adres bij de politie, te weten [adres]. Na vergeefse aanbieding op het adres is de dagvaarding op 27 december 2004 uitgereikt aan de griffier van de rechtbank te Dordrecht, omdat van de geadresseerde geen woon- of verblijfplaats in Nederland bekend is. Uit de akte van uitreiking blijkt niet dat een afschrift van de dagvaarding aan het door de verdachte opgegeven adres bij de politie is toegezonden.
Het hof overweegt dat op het moment van het uitreiken van de dagvaarding in eerste aanleg artikel 588a van het Wetboek van Strafvordering nog niet in werking was getreden. Uit de indertijd leidende jurisprudentie van de Hoge Raad (ECLI:NL:HR:2002:AD5163)volgde echter dat, indien de verdachte een feitelijke woon- of verblijfplaats in Nederland had, na uitreiking van de dagvaarding aan de griffier deze – met analogische toepassing van artikel 588, derde lid, sub 3, van het Wetboek van Strafvordering - de dagvaarding onverwijld als gewone brief over de post aan het feitelijke woon- of verblijfadres van de verdachte behoorde te zenden.
Nu de dagvaarding niet als gewone brief is gezonden aan het feitelijke woon- of verblijfadres van de verdachte, dient de inleidende dagvaarding, nu de verdachte ter terechtzitting in eerste aanleg niet is verschenen en ter terechtzitting in hoger beroep niet is gebleken dat deze instemt – conform het toen geldende artikel 422a van het Wetboek van Strafvordering - met afdoening van de zaak in hoger beroep, nietig te worden verklaard.

BESLISSING

Het hof:
Vernietigt het vonnis waarvan beroep en doet opnieuw recht:
Verklaart de dagvaarding in eerste aanleg nietig.
Wijst de zaak terug naar de rechtbank Dordrecht.
Dit arrest is gewezen door mr. I.E. de Vries,
mr. M. Moussault en mr. A. Kuijer, in bijzijn van de griffier mr. L.E.M. Meekenkamp.
Het is uitgesproken op de openbare terechtzitting van het hof van 10 juni 2014.