Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
- het door de rechtbank Rotterdam gewezen eindvonnis d.d. 8 augustus 2012 te vernietigen en opnieuw rechtdoende de omvang van de nalatenschap vast te stellen, waarbij de waarde van het appartement te [plaatsnaam] (Spanje) zal worden vastgesteld op primair € 90.218,75, subsidiair op € 102.535,68, meer subsidiair op € 134.790,24 met bepaling dat appellant eerst over het door uw hof vast te stellen aan geïntimeerde te betalen bedrag de wettelijke rente verschuldigd is, nadat geïntimeerde appellant heeft gesommeerd aan het arrest te voldoen, waarbij de wettelijke rente eerst verschuldigd zal zijn, nadat appellant in verzuim zou zijn;
- met eventuele aanvulling en verbetering van de betreffende tussenvonnissen en het eindvonnis als het hof geraden voorkomt;
- met veroordeling van geïntimeerde in de kosten van beide instanties.
- het door de rechtbank Rotterdam op 8 augustus 2012 gewezen vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende vast te stellen dat appellant zijn aandeel in de woning in Tunesië heeft verbeurd aan de andere deelgenoten op grond van art 3:194 lid 2 BW Pro;
- het door de rechtbank Rotterdam op 8 augustus 2012 gewezen vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende vast te stellen dat appellant aan geïntimeerde in de periode vanaf 1 maart 2004 tot en met 14 maart 2011 aan verbeurde dwangsommen een bedrag verschuldigd is geworden van 2569 x € 25,- = € 64.225, althans een zodanig bedrag als uw hof in goede justitie zal vermenen te behoren;
- het door de rechtbank Rotterdam op 8 augustus 2012 gewezen vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende dat er een aanvullende en verbeterde beschrijving van de verdeling komt van de rekeningnummers bij Banco de Santander die onderdeel uitmaken van de nalatenschap en die zijn opgesomd onder randnummer 55 van deze memorie en te concluderen dat geïntimeerde recht heeft op 1/6 deel gedeelte van de feitelijke saldi van de rekeningen onder a, c en d waarvan het saldo thans wordt geschat op € 23.261,63 + € p.m., en voorts te bepalen dat appellant ingevolge het bepaalde in artikel 3:194 lid 2 BW Pro het aandeel in de rekeningen bij Banco de Santander met nummers[nummer] en [nummer] verbeurt aan de andere deelgenoten;
- het door de rechtbank Rotterdam op 8 augustus 2012 gewezen vonnis te vernietigen en opnieuw rechtdoende te bepalen dat de kosten ten laste van de nalatenschap ten hoogste € 7.131,20 bedragen en niet € 12.182,98;
- met veroordeling van appellant in de kosten van beide instanties.
- met betrekking tot het huwelijksvermogensrecht van erflaatster en appellant: dit wordt beheerst door het Nederlandse huwelijksvermogensrecht;
- erflaatster is op 3 september 2000 overleden;
- erflaatster heeft geen testament gemaakt;
- op erfopvolging in de nalatenschap van erflaatster is Nederlands recht van toepassing;
- er zijn drie erfgenamen: appellant (echtgenoot van erflaatster), geïntimeerde (dochter van erflaatster), [de zoon] (zoon van erflaatster en appellant);
- door het notariskantoor Millenaar Fokkema te Rotterdam is op 24 december 2003 een overzicht gemaakt van de bezittingen en schulden behorende tot rekening en verantwoording van de nalatenschap van erflaatster.
- appellant;
- geïntimeerde;
- [zoon erflaatster en appellant].
- te bepalen welk recht van toepassing is op het huwelijksvermogenregime;
- te bepalen op welke wijze en naar welke recht de nalatenschap verdeeld dient te worden;
- diverse deskundigen te benoemen – zoals een makelaar in Malaga, een taxateur van inboedelgoederen en antiek en een handschriftdeskundige – teneinde de waarde vast te stellen van de tot de gemeenschap behorende goederen en zaken, voor zover partijen daaromtrent (alsnog) geen overeenstemming bereiken;
- goederen en zaken aan te wijzen welke verkocht zullen worden bij openbare verkoop;
- te bevelen de openbare verkoop van vorenbedoelde goederen en/of zaken.