Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
arrest van 18 maart 2014
Het geding
Beoordeling van het hoger beroep
Algemeen
Het geschil
De grieven
Het verweer
- Op de huwelijksdatum van de man en de vrouw behoorde het vastgoed helemaal niet aan de man in eigendom toe. Het maakte geen deel uit van zijn vermogen, maar het behoorde al tot het vermogen van de stichting.
- Omdat het vastgoed van de stichting niet en evenmin uiteraard de stichting zelf tot het vermogen van de man behoorde, zijn die vermogensbestanddelen dus automatisch ook niet deel gaan uitmaken van de huwelijksgemeenschap met de vrouw.
- Het aan de stichting in eigendom toebehorende vastgoed omvatte in het bijzonder de woning waarin de man en de vrouw met hun kinderen woonden.
- De vrouw had geen enkel financieel belang bij de woning want die was niet haar (mede)eigendom, noch rechtstreeks noch via de stichting.