ECLI:NL:GHDHA:2014:1251
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Stollenwerck
- Labohm
- Breederveld
- Rechtspraak.nl
Bevestiging omgangsregeling ondanks weigering medewerking moeder
In hoger beroep werd het vonnis van de voorzieningenrechter van 31 mei 2013 aangevochten door de moeder, die onder meer wilde dat de omgangsregeling met de vader werd geschorst. De moeder stelde dat de omgang schadelijk was voor de geestelijke en lichamelijke ontwikkeling van het kind vanwege spanningen en onrust.
Het hof overwoog dat het ouderlijk gezag zowel het recht als de plicht omvat om de banden van het kind met beide ouders te bevorderen. Uit het rapport van de Raad voor de Kinderbescherming bleek dat de moeder niet meewerkt aan het contact tussen vader en dochter en dit zelfs belemmert. De moeder wilde het contact met de vader volledig stoppen, wat het hof onwenselijk achtte.
Het hof stelde vast dat de communicatieproblemen tussen de ouders het kernprobleem vormen en dat mediation de juiste weg is om dit te verbeteren. Er waren geen rechtens relevante gronden om de omgangsregeling op te schorten. Het hof bekrachtigde daarom het bestreden vonnis en wees de overige vorderingen van de moeder af.
De proceskosten werden gecompenseerd, waarbij iedere partij zijn eigen kosten draagt.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst het verzoek tot opschorting van de omgangsregeling af vanwege het ontbreken van ontzeggingsgronden.