ECLI:NL:GHDHA:2014:1250
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Labohm
- Van den Wildenberg
- Kamminga
- Rechtspraak.nl
Nakoming afspraken gezamenlijke schuld en hoofdelijke aansprakelijkheid tussen ex-echtgenoten
De zaak betreft een geschil tussen ex-echtgenoten over de nakoming van afspraken omtrent een gezamenlijke schuld aan de DSB Bank. De man en vrouw waren hoofdelijk aansprakelijk, maar hadden in hun echtscheidingsconvenant afgesproken dat alleen de man draagplichtig zou zijn.
De vrouw werd door de DSB Bank gedagvaard wegens niet-nakoming van de schuld, terwijl de man in staat van faillissement verkeerde. De vrouw vordert betaling van de man van het door haar betaalde bedrag aan de DSB Bank, vermeerderd met rente en kosten.
Het hof oordeelt dat de man zijn verplichtingen niet is nagekomen en veroordeelt hem tot betaling aan de vrouw van het gevorderde bedrag, inclusief contractuele rente en kosten. De vrouw heeft een gerechtvaardigd belang bij een executoriale titel jegens de man. De proceskosten worden gecompenseerd, waarbij ieder zijn eigen kosten draagt.
De grieven van de man worden verworpen, evenals zijn stelling dat de vrouw de man in vrijwaring had moeten roepen. Het hof vernietigt het vonnis van de rechtbank Rotterdam en doet opnieuw recht.
Uitkomst: De man wordt veroordeeld tot betaling aan de vrouw van het bedrag van de gezamenlijke schuld aan de DSB Bank, vermeerderd met rente en kosten.