ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3722
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Kamminga
- Burgerhart
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging verlenging machtiging uithuisplaatsing minderjarige in pleegzorg
De ouders zijn in hoger beroep gekomen tegen de verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van hun minderjarige kind, die sinds enkele maanden na geboorte bij pleegouders verblijft. De ouders betwisten de noodzaak van de uithuisplaatsing en stellen dat zij nooit een eerlijke kans hebben gehad om het kind op te voeden. De William Schrikker Stichting (WSS) en de raad voor de kinderbescherming stellen dat de uithuisplaatsing noodzakelijk blijft vanwege het belang van de verzorging en opvoeding.
Het hof overweegt dat de minderjarige sinds kort na geboorte uit huis is geplaatst omdat de ouders onvoldoende in staat waren een veilige en stabiele thuisbasis te bieden. Diverse onderzoeken, waaronder een persoonlijkheidsonderzoek en trajecten bij RMPI-Yulius en Stichting Pameijer, tonen aan dat de ouders cognitief beperkt zijn en onvoldoende opvoedvaardigheden hebben. De minderjarige is inmiddels gehecht aan de pleegouders en ontwikkelt zich goed in hun gezin.
Gezien de langdurige uithuisplaatsing en de hechting aan de pleegouders acht het hof het niet in het belang van de minderjarige om de verblijfplaats te wijzigen. De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing is daarom gerechtvaardigd en wordt bekrachtigd. Het hof wijst het hoger beroep van de ouders af.
Uitkomst: De verlenging van de machtiging tot uithuisplaatsing van de minderjarige in pleegzorg wordt bekrachtigd.