ECLI:NL:GHDHA:2013:CA3052
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- E.J. van Sandick
- H. Warnink
- H.Th. Bouma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging nietigheid ontslag en toewijzing loonvordering taxibuschauffeur
De werknemer trad op 15 mei 2008 in dienst als taxibuschauffeur tegen een vastgesteld brutoloon. Op 18 juli 2008 verscheen hij niet op het werk en voerde een telefonisch gesprek met de werkgever waarin hij zou hebben aangegeven niet meer te willen werken. De werkgever stelde dat de werknemer ontslag had genomen en stelde gewijzigde arbeidsvoorwaarden voor, waaronder weekenddiensten. De werknemer ontkende het ontslag en gaf aan op maandag weer te komen werken. Na het niet tijdig terugsturen van het rooster verklaarde de werkgever het dienstverband beëindigd.
De werknemer vorderde nietigverklaring van het ontslag en doorbetaling van loon tot eind september 2008. De kantonrechter wees de vorderingen gedeeltelijk toe. In hoger beroep stelde de werkgever dat de werknemer zelf het dienstverband had beëindigd. Het hof oordeelde dat het emotionele telefoongesprek niet als ondubbelzinnig ontslag kon worden opgevat, mede gezien de omstandigheden en de verklaring van de werknemer over vervoersproblemen.
Het hof vond onvoldoende feiten om aan te nemen dat de werknemer bewust en ondubbelzinnig had opgezegd en bekrachtigde de eerdere vonnissen. De werkgever werd veroordeeld in de kosten van het hoger beroep.
Uitkomst: Het hof bevestigt dat de werknemer geen ondubbelzinnig ontslag heeft genomen en wijst de loonvordering toe.