ECLI:NL:GHDHA:2013:CA1961
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A. Kuijer
- M.I. Veldt-Foglia
- T.J.P. van Os van den Abeelen
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep in strafzaak illegaal verblijf ondanks ongewenstverklaring vreemdeling
De verdachte verbleef op 14 april 2010 in Nederland terwijl hij wist dat hij tot ongewenst vreemdeling was verklaard op grond van artikel 67 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De tenlastelegging betrof het illegaal verblijf na ongewenstverklaring. De verdachte werd in eerste aanleg veroordeeld tot twee maanden gevangenisstraf.
In hoger beroep stelde de raadsman dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard omdat de Terugkeerrichtlijn nog niet was geïmplementeerd op het moment van de overtreding. Het hof oordeelde echter dat de richtlijn geen rechtstreekse werking had voor feiten vóór de implementatiedatum en verwierp het verweer. Ook het beroep op overmacht werd verworpen omdat de verdachte onvoldoende had aangetoond dat hij alles had gedaan om het land te verlaten.
Hoewel het hof de strafbaarheid bevestigde, besloot het geen straf of maatregel op te leggen vanwege de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, waaronder de moeilijke situatie waarin hij zich na verwijdering in Irak zou bevinden. Het hof vernietigde het vonnis van het gerechtshof en deed opnieuw recht met vrijspraak voor het niet bewezen verklaarde en geen strafoplegging voor het bewezen verklaarde.
Uitkomst: Verdachte strafbaar verklaard voor illegaal verblijf na ongewenstverklaring, maar geen straf of maatregel opgelegd.