ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9613
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- van Nievelt
- Lückers
- Linsen-Penning de Vries
- Rechtspraak.nl
Continuering gesloten plaatsing minderjarige wegens zichtbare vooruitgang en risico terugval
De minderjarige, geboren in 1996, is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking tot gesloten plaatsing in een jeugdzorginstelling. Zij verzet zich tegen de uithuisplaatsing en stelt dat zij zich positief ontwikkelt en liever in een pleeggezin of kamertrainingscentrum wil verblijven. De Stichting Bureau Jeugdzorg stelt dat haar ontwikkeling ernstig wordt bedreigd, dat zij zich aan hulpverlening onttrekt en dat gesloten plaatsing noodzakelijk is.
Het hof heeft vastgesteld dat de minderjarige sinds haar verblijf in de instelling een positieve ontwikkeling doormaakt en gemotiveerd is om naar vervolgstappen toe te werken. Toch is de ontwikkeling nog van korte duur en bestaat het risico op terugval in oude problematiek. Terugplaatsing bij de ouders is uitgesloten en beëindiging van de plaatsing zou betekenen dat zij feitelijk terug moet naar haar ouders.
Het hof oordeelt dat er nog sprake is van ernstige opgroei- en opvoedingsproblemen die haar ontwikkeling naar volwassenheid ernstig belemmeren. Gezien het perspectiefplan en de noodzaak van het traject acht het hof de gesloten plaatsing noodzakelijk om te voorkomen dat zij zich aan de benodigde zorg zal onttrekken. Daarom wordt de bestreden beschikking bekrachtigd.
Uitkomst: De machtiging tot gesloten plaatsing van de minderjarige wordt bekrachtigd wegens haar positieve ontwikkeling en het risico op terugval bij beëindiging.