ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9499
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van den Wildenberg
- Van Dijk
- Stollenwerck
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging hoofdverblijfplaats minderjarige bij vader en verwerping beroep moeder tegen begeleide proefcontacten
De zaak betreft een geschil tussen ouders over de hoofdverblijfplaats van hun minderjarige kind en de vastgestelde begeleide proefcontacten tussen de moeder en het kind. De moeder is in hoger beroep gekomen tegen een beschikking van de rechtbank waarin de hoofdverblijfplaats bij de vader is vastgesteld en begeleide proefcontacten zijn opgelegd.
Tijdens de mondelinge behandeling en op basis van ingekomen stukken heeft het hof overwogen dat het beroep van de moeder tegen de begeleide proefcontacten achterhaald is vanwege een nieuwe beschikking die een grotendeels onbegeleide zorgregeling vaststelt. Ten aanzien van de hoofdverblijfplaats heeft het hof geoordeeld dat de rechtbank terecht heeft besloten dat het kind bij de vader verblijft, mede vanwege het opgebouwde sociale netwerk en de stabiliteit die dit biedt.
De moeder voerde aan dat zij de primaire verzorger was en een veilige woonomgeving biedt, maar het hof vond onvoldoende aanleiding om de bestaande situatie te wijzigen. Ook het argument dat de vader op een zolderkamer bij zijn ouders woont, werd niet als ongeschikt voor het kind beoordeeld. Het belang van de minderjarige en het voorkomen van verdere belasting door wijziging van de hoofdverblijfplaats waren doorslaggevend.
De kostenveroordeling werd afgewezen. Het hoger beroep werd afgewezen voor zover het de proefcontacten betreft en de beschikking van de rechtbank werd bekrachtigd voor de hoofdverblijfplaats.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt de hoofdverblijfplaats bij de vader en verwerpt het beroep van de moeder tegen de begeleide proefcontacten.