ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9270
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- L.F. Gerretsen-Visser
- W.P.C.M. Bruinsma
- M.F.L.M. van der Grinten
- Rechtspraak.nl
Veroordeling voor onoplettendheid bij dodelijk verkeersongeval met voetganger
Op 27 januari 2011 reed de verdachte samen met zijn medeverdachte op het Prins Bernhardviaduct te 's-Gravenhage. Beiden reden met een snelheid die mogelijk hoger was dan de toegestane 50 km/u en hielden een korte afstand aan. Het slachtoffer stak op een verboden plek de weg over en werd door beide auto's aangereden, wat leidde tot haar overlijden.
Het hof oordeelde dat de verdachte en medeverdachte het slachtoffer niet tijdig hadden gezien en niet hadden geremd, maar slechts hadden geprobeerd uit te wijken. Dit gedrag werd gekwalificeerd als onoplettend en onvoorzichtig, maar niet als roekeloos of als deelname aan een wedstrijd met voertuigen. De verdachte werd vrijgesproken van de primair ten laste gelegde feiten en veroordeeld voor het subsidiair bewezen verklaarde feit van overtreding van artikel 5 Wegenverkeerswet Pro 1994.
De verdachte kreeg een taakstraf van 120 uur, met vervangende hechtenis van 60 dagen, en een rijontzegging van 12 maanden waarvan 6 maanden voorwaardelijk. Tevens werd hij veroordeeld tot betaling van schadevergoeding aan de Staat ten behoeve van de nabestaande van het slachtoffer, bestaande uit materiële en immateriële schade ter hoogte van €5.659,10.
Het hof benadrukte dat de verdachte onvoldoende aandacht had voor het verkeer en daarmee de verkeersveiligheid ernstig in gevaar had gebracht. De vordering van de benadeelde partij tot verdere schadevergoeding werd niet-ontvankelijk verklaard voor zover deze niet bij de burgerlijke rechter werd ingediend.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot taakstraf van 120 uur en rijontzegging van 12 maanden wegens onoplettendheid bij dodelijk verkeersongeval.