ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ9210
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- F.A.M. Bakker
- R.C. Langeler
- M.J. de Haan-Boerdijk
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak verdachte poging zware mishandeling met schadevergoeding aan slachtoffer
De verdachte werd beschuldigd van poging tot zware mishandeling van een medegedetineerde op 27 maart 2010 in Dordrecht, waarbij hij samen met een ander het slachtoffer meerdere malen sloeg met onder meer een conservenblik in een sok. Het hof achtte wettig en overtuigend bewezen dat de verdachte zich schuldig had gemaakt aan deze poging tot zware mishandeling.
De bewijsvoering berustte op verklaringen van meerdere getuigen en het slachtoffer zelf, die consistent waren en elkaar ondersteunden. Verweren van de verdediging, waaronder twijfel aan de betrouwbaarheid van getuigen en de mogelijkheid dat het slachtoffer zichzelf had toegetakeld, werden verworpen. Er was geen DNA-onderzoek verricht op het gebruikte voorwerp, maar dit deed niet af aan de bewijswaardering.
Hoewel het hof de gepleegde poging tot zware mishandeling strafbaar achtte, legde het geen straf op aan de verdachte vanwege diens onherroepelijke veroordeling tot zestien jaar gevangenisstraf voor onder andere doodslag. De vordering tot immateriële schadevergoeding van het slachtoffer werd toegewezen tot €500, vermeerderd met wettelijke rente vanaf de datum van het incident. De verdachte werd hoofdelijk aansprakelijk gesteld voor deze vergoeding, die aan de Staat moet worden betaald ten behoeve van het slachtoffer.
Het arrest vernietigde het eerdere vonnis van de politierechter en deed opnieuw recht, waarbij de verdachte werd vrijgesproken van overige tenlasteleggingen en geen straf werd opgelegd voor het bewezen verklaarde. De beslissing bevatte tevens bepalingen over de betaling van schadevergoeding en de gevolgen bij niet-betaling.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van strafoplegging wegens eerdere lange gevangenisstraf, maar veroordeeld tot betaling van €500 schadevergoeding aan slachtoffer.