ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ8988
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep kort geding
- Rechtspraak.nl
Beoordeling rechtmatigheid schrapping advocaten van curatorenlijst rechtbank Breda
In deze zaak vorderen drie advocaten, verbonden aan een advocatenkantoor, hun herplaatsing op de curatorenlijst van de rechtbank Breda nadat zij waren geschrapt vanwege het niet voldoen aan aangescherpte benoemingscriteria. De rechtbank had het aantal curatoren willen verminderen en het aantal benoemingen per curator verhogen om de kwaliteit van faillissementsafwikkeling te verbeteren.
De advocaten stelden dat de schrapping onzorgvuldig en slecht gemotiveerd was, en dat zij op basis van eerdere evaluaties mochten vertrouwen op handhaving op de lijst. Het hof oordeelde dat de rechtbank een ruime beleidsvrijheid heeft bij het benoemingsbeleid en dat er geen recht bestaat op benoeming, ook niet bij plaatsing op de lijst.
Het hof vond dat de rechtbank Breda redelijk en transparant had gehandeld en dat de advocaten onvoldoende faillissementen hadden behandeld om aan het nieuwe criterium te voldoen. Ook was er geen sprake van willekeur of schending van het rechtszekerheidsbeginsel. De vorderingen werden daarom afgewezen en het vonnis van de voorzieningenrechter bekrachtigd.
Uitkomst: De schrapping van de advocaten van de curatorenlijst door de rechtbank Breda is rechtmatig verklaard en hun vorderingen afgewezen.