ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ8778
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Kamminga
- Van Kempen
- Burgerhart
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging beëindiging gezamenlijk gezag en toekenning eenhoofdig gezag aan moeder
Het geschil betreft het gezag over een minderjarige kind, waarbij de ouders oorspronkelijk gezamenlijk gezag hadden. Na beëindiging van hun relatie is het gezamenlijk gezag betwist vanwege ernstige communicatieproblemen en het risico dat het kind klem raakt tussen de ouders.
De rechtbank had het gezamenlijk gezag beëindigd en het eenhoofdig gezag aan de moeder toegekend. De vader ging hiertegen in hoger beroep en stelde onder meer dat de rechtbank ten onrechte had geoordeeld over de bedreiging van de ontwikkeling van het kind en de diagnose Asperger.
Het hof overwoog dat het belang van het kind voorop staat en dat het ontbreken van communicatie en samenwerking tussen ouders een onaanvaardbaar risico vormt. De vader onderhoudt geen contact met het kind en geeft geen inzicht in zijn situatie, terwijl de moeder wel meewerkt aan hulpverlening en het contact met school.
Het hof achtte het niet in het belang van het kind om het gezag aan de vader toe te kennen en bevestigde de beslissing van de rechtbank. Het eenhoofdig gezag blijft bij de moeder, en het kind blijft bij haar verblijven. Het hof wees het verzoek van de vader af om het gezamenlijk gezag te herstellen of het gezag aan hem toe te kennen.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het besluit om het gezamenlijk gezag te beëindigen en kent het eenhoofdig gezag toe aan de moeder.