ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7123
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Ontbinding geldleningsovereenkomst en bewijslevering aflossingen
In deze civiele zaak staat de ontbinding van een geldleningsovereenkomst tussen partijen centraal. De overeenkomst, gesloten op 1 juni 2009 en aangepast op 1 oktober 2009, hield in dat appellanten een bedrag van € 35.000,-- leenden van geïntimeerde, vermeerderd met € 10.000,-- aan rente en kosten, terug te betalen uiterlijk 30 juni 2011. Geïntimeerde ontbond de overeenkomst buitengerechtelijk op 14 april 2010 wegens wanprestatie.
De rechtbank oordeelde dat appellanten tekortgeschoten zijn in de nakoming en dat een bedrag van € 23.750,-- niet was afgelost, wat het hof grotendeels bevestigde. Appellanten betwistten de hoogte van de aflossingen en boden bewijs door getuigen aan, wat het hof toestond. Ook werd de vordering tot betaling van de bedongen rente en kosten van € 10.000,-- toegewezen als schade wegens gemist rendement.
De boete van € 10.000,-- werd afgewezen omdat deze nog niet verbeurd was op het moment van ontbinding. Verder werd een vordering tot vergoeding van een gestolen camera afgewezen wegens onvoldoende bewijs. Het hof bepaalde dat getuigenverhoren zullen plaatsvinden om de aflossingen nader te bewijzen en hield verdere beslissing aan.
Uitkomst: De geldleningsovereenkomst is ontbonden, appellanten moeten het geleende bedrag minus erkende aflossingen terugbetalen, met bewijslevering over overige aflossingen toegelaten.