ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ7109
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.J.M.E. Arpeau
- J.J. Roos
- R. van der Vlist
- Rechtspraak.nl
Bekrachtiging vonnis rechtbank en proceskostenveroordeling na verzoek royement
In deze civiele zaak heeft de geïntimeerde aan haar vordering ten grondslag gelegd dat zij een bedrag van € 8.475,96 aan appellante heeft geleend, welke niet is terugbetaald. De rechtbank Rotterdam heeft de vordering toegewezen nadat zij oordeelde dat de geldleningsovereenkomst rechtsgeldig tot stand was gekomen.
Appellante kwam in hoger beroep en voerde aan dat het bedrag was geschonken. Na een comparitie van partijen trok appellante haar grieven in en verzocht royement van de zaak met een gelijke verdeling van de gemaakte proceskosten. Geïntimeerde stemde hiermee niet in, tenzij appellante de proceskosten van het hoger beroep volledig zou vergoeden, hetgeen appellante weigerde.
Het hof bevestigt dat appellante als de in het ongelijk gestelde partij moet worden aangemerkt en veroordeelt haar tot betaling van de proceskosten aan de zijde van geïntimeerde, inclusief wettelijke rente bij niet tijdige betaling. Het arrest is uitgesproken op 26 maart 2013.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en veroordeelt appellante in de proceskosten van het hoger beroep.