ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6860
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Mink
- Husson
- Van Leuven
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep over hoofdverblijf en zorgregeling minderjarige kinderen
In deze zaak staat de hoofdverblijfplaats en zorgregeling van twee minderjarige kinderen centraal. Na een langdurige procedure sinds 2010, waarbij intensieve begeleiding en ondertoezichtstelling door Jeugdzorg en SGJ plaatsvonden, zijn de ouders steeds meer op één lijn gekomen. De voorlopige zorgregeling voorzag in omgangsrecht voor de moeder en een wisselende verblijfsregeling voor de kinderen.
De gezinsvoogd en SGJ rapporteerden positieve ontwikkelingen, waarbij de hulpverleningsdoelen grotendeels waren behaald en de ouders een ouderschapsplan hadden ondertekend. De dochter verblijft nu om de week bij de moeder en vader, terwijl de zoon eens per veertien dagen de moeder bezoekt. SGJ adviseerde een gelijke verdeling van zorg en opvoeding, met de hoofdverblijfplaats van de dochter bij de moeder en die van de zoon bij de vader.
Partijen onderschrijven dit advies. Het hof vernietigt de eerdere beschikking omtrent de dochter en stelt haar hoofdverblijfplaats bij de moeder vast, terwijl de hoofdverblijfplaats van de zoon bij de vader wordt bekrachtigd. De zorgregeling wordt bevestigd zoals die nu geldt, met ruimte voor uitbreiding in onderling overleg. De kosten van deskundigen worden vastgesteld en ten laste van de staat gebracht. Verzoek tot proceskostenveroordeling van de vader wordt afgewezen.
Uitkomst: Hoofdverblijfplaats dochter bij moeder vastgesteld, hoofdverblijfplaats zoon bij vader bekrachtigd, zorgregeling bevestigd.