AI samenvatting door Lexboost • Automatisch gegenereerd
Hoofdverblijf minderjarigen bij vader met zorgregeling variant 1 vastgesteld
In deze zaak stond de hoofdverblijfplaats van minderjarige kinderen centraal, waarbij beide ouders in staat zijn de kinderen te verzorgen en opvoeden. De moeder was verhuisd naar een andere woonplaats en verzocht het hof om het hoofdverblijf bij haar te bepalen, met een zorgregeling zoals variant 2 besproken in het deskundigenrapport. De vader verzocht het hof het hoofdverblijf bij hem te laten en de zorgregeling vast te stellen volgens variant 1.
Het deskundigenrapport concludeerde dat beide ouders geschikt zijn en liefdevol betrokken bij de kinderen. De verhuizing van de moeder had de verstandhouding tussen ouders bemoeilijkt, maar het hof zag dit als een tijdelijk probleem. De minderjarigen deden het goed op school en hadden belang bij continuïteit in hun woon- en schoolomgeving.
Het hof oordeelde dat het belang van de kinderen bij continuïteit en vertrouwde omgeving zwaarder woog dan het belang van de moeder bij het hoofdverblijf. De hoofdverblijfplaats werd daarom bij de vader vastgesteld, met de zorgregeling zoals variant 1 in het deskundigenrapport. De beschikking werd uitvoerbaar bij voorraad verklaard en het meer of anders verzochte werd afgewezen.
Uitkomst: Het hof bepaalt dat het hoofdverblijf van de minderjarigen bij de vader blijft met de zorgregeling zoals variant 1.
Uitspraak
GERECHTSHOF DEN HAAG
Afdeling Civiel recht
Uitspraak : 27 maart 2013
Zaaknummer : 200.100.060/01
Rekestnummer rechtbank : FA RK 11-7503 en FA RK 11-7963
[appellant],
wonende te [woonplaats],
verzoekster in hoger beroep,
hierna te noemen: de moeder,
advocaat mr. J.P.A.J.C. van den Biggelaar te Tilburg,
tegen
[geïntimeerde],
wonende te [woonplaats],
verweerder in hoger beroep,
hierna te noemen: de vader,
advocaat mr. W.N. van der Voet te Delft.
In verband met het bepaalde in artikel 810 vanPro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering is in de procedure gekend:
de raad voor de kinderbescherming te Dordrecht,
hierna te noemen: de raad.
VERDER PROCESVERLOOP IN HOGER BEROEP
Op 18 juli 2012 heeft het hof een beschikking gegeven, waarvan de inhoud als hier herhaald en ingelast dient te worden beschouwd.
Bij die beschikking is een deskundigenonderzoek bevolen.
Op 20 december 2012 heeft de deskundige rapport uitgebracht, ingekomen bij het hof op 27 december 2013.
Het hof heeft naar aanleiding van het rapport aanleiding gezien de mondelinge behandeling van de zaak voort te zetten.
De mondelinge behandeling van de zaak is op 20 februari 2013 voortgezet.
Ter zitting waren aanwezig:
- de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
- de vader, bijgestaan door zijn advocaat.
VERDERE BEOORDELING VAN HET HOGER BEROEP
1. Gelet op het feit dat de moeder inmiddels is verhuisd naar [woonplaats moeder] en niet voornemens is terug te keren naar [plaats], heeft zij haar verzoek ter zitting gewijzigd in die zin dat zij thans verzoekt de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij haar te bepalen en de zorgregeling vast te stellen zoals deze als variant 2 bij de deskundige tussen partijen is besproken en vastgelegd.
2. De vader verweert zich daartegen en verzoekt het hof de hoofdverblijfplaats bij hem te bepalen en de zorgregeling vast te stellen zoals deze als variant 1 is besproken en vastgelegd.
3. De moeder voert het volgende aan. Zij is verhuisd naar [woonplaats moeder] en kan niet meer terug. In [woonplaats moeder] is zij veel gelukkiger, zodat zij ook een betere moeder kan zijn. Zij doet in tegenstelling tot de vader concessies, onder meer met betrekking tot de reiskosten, maar dit staat niet in het deskundigenrapport. De minderjarigen doen het voortreffelijk op school. De moeder is bezorgd over de zorg die de vader geeft aan de minderjarigen en de tijd die hij aan hen kan besteden. De vader zoekt troost bij de minderjarigen en zij slapen bij hem in bed. Het contact tussen de minderjarigen en de vader zal beter gewaarborgd zijn als zij het hoofdverblijf bij de moeder hebben.
4. De vader stelt het volgende. Uit het rapport van de deskundige blijkt dat partijen beiden in staat zijn om goed voor de minderjarigen te zorgen. De minderjarigen zijn door haar gehoord. De wens van de moeder om naar [woonplaats moeder] te verhuizen is ingegeven door haar eigen belang. De minderjarigen voelen zich verbonden met de gemeenschap waarin zij zijn opgegroeid in [plaats] en zijn erbij gebaat als de ouders zo dicht mogelijk bij elkaar in de buurt wonen. Volgens de vader zit de moeder vol met verwijten, zowel jegens de vader, als diens advocaat en ook jegens de deskundige. De vader ziet zich gesteld voor hoge kosten met betrekking tot de voormalige echtelijke woning die nog altijd te koop staat; hij brengt wel degelijk financiële offers. De minderjarigen worden in hun eigen bed in bed gelegd door de vader en het gebeurt dat zij nadien bij hem in bed kruipen. De vader ziet daar niets bijzonders in.
5. Het hof zal de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vader bepalen en de zorgregeling vaststellen zoals door partijen als variant 1 overeengekomen bij de deskundige. Het hof overweegt daartoe als volgt.
6. Uit het deskundigenrapport blijkt dat de deskundige van mening is dat beide ouders in staat zijn gebleken om het ouderschap op goede wijze in te vullen, zij betrokken en liefdevol jegens hun kinderen zijn en de verhouding van ieder met de minderjarigen goed is. Daarnaast zijn zij in staat afspraken met elkaar te maken over de contactregeling tussen de minderjarigen en de ouder waar zij niet het hoofdverblijf hebben, en de verdeling van de vakantie- en feestdagen en stellen zich daarin flexibel op. De verhuizing van de moeder naar [woonplaats moeder] heeft de verstandhouding geen goed gedaan, hetgeen het hof als een probleem van voorbijgaande aard beschouwt, indien de ouders ieder voor zich de bereidheid zullen tonen in de verstandhouding te investeren. Op dit moment is er angst de minderjarigen voor een deel kwijt te raken.
7. Het hof is van oordeel dat hetgeen in het rapport naar voren komt uit het verhandelde ter zitting is bevestigd: het gaat onder de omstandigheden goed met de minderjarigen en partijen zijn in staat elkaar te respecteren als ouders. De moeder heeft weliswaar ook tijdens de mondelinge behandeling haar zorgen geuit over de wijze waarop de vader de minderjarigen verzorgt. De vader heeft de zorgen gemotiveerd betwist. Niet gebleken is dat hij tekortschiet in de zorg jegens de minderjarigen. Het hof is van oordeel dat een verschillende kijk van ouders na scheiding op een wijze van zorgen voor de minderjarigen aandacht behoeft, maar dat dit niet direct een bedreiging voor het welzijn van de minderjarigen oplevert. Dat is ook hier niet het geval.
8. Nu beide ouders geschikt zijn om de zorg voor de kinderen op zich te nemen, acht het hof bij de beslissing waar de minderjarigen hun hoofdverblijf dienen te hebben het belang van de minderjarigen, om in de voor hen vertrouwde woonomgeving te blijven, doorslaggevend. Tussen de ouders staat vast dat het de minderjarigen in hun huidige woonomgeving en ook op school goed gaat. De minderjarigen, thans 8 en 7 jaar oud, hebben, hun leeftijd daarbij in aanmerking genomen, belang bij zo veel mogelijk continuïteit. Naar het oordeel van het hof is gebleken dat beide ouders inzien dat de andere ouder van belang is in het ouderschap en dat zij het contact met de andere ouder niet in de weg zullen staan. Door de hoofdverblijfplaats bij de vader te bepalen en de zorgregeling vast te stellen die partijen als variant 1 zijn overeengekomen, is het hof van oordeel dat de gelijkwaardigheid van de ouders bij een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken zo veel als dat in deze zaak mogelijk is, in acht is genomen. Daarmede zijn de belangen van beide ouders ook gediend. Het hof acht het belang van de moeder om het hoofdverblijf van de minderjarigen bij haar bepaald te zien thans ondergeschikt aan het belang van de minderjarigen bij continuering van hun woon- en schoolomgeving.
9. Dit leidt tot de volgende beslissing.
BESLISSING OP HET HOGER BEROEP
Het hof:
vernietigt de bestreden beschikking voor zover aan het oordeel van het hof onderworpen en, in zoverre opnieuw beschikkende:
bepaalt dat de hoofdverblijfplaats van de minderjarigen bij de vader zal zijn;
bepaalt een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken met betrekking tot de minderjarigen zoals door partijen als variant 1 opgenomen in het deskundigenrapport van 20 december 2012 en die als volgt luidt:
“Variant 1: geen vervangende toestemming tot verhuizing naar [woonplaats moeder]
In deze variant gaat vader minder werken (nl van 40 naar 30 uur):
1. de kinderen krijgen het hoofdverblijf bij vader en verblijven volgens onderstaand schema bij hun moeder
ma di woe don vrij zat zon
1 vader vader moeder vader moeder moeder moeder
2 vader vader moeder vader moeder moeder/vader vader
3 vader vader moeder vader moeder moeder moeder
4 vader vader moeder vader moeder moeder/vader vader
2. Moeder haalt de kinderen iedere woensdag uit school en brengt ze donderdag weer
naar school toe. Iedere vrijdag haalt moeder de kinderen uit school en in de oneven
weken blijven de kinderen tot maandagmorgen. Moeder brengt de kinderen dan naar
school toe.
3. In de even weken haalt vader de kinderen op bij moeder op zaterdag om 11.00 uur.
4. Indien variant 1 tot uitvoering wordt gebracht betekent dat, dat geschoven moet worden met de turntijden van de kinderen, omdat deze nu op dinsdag, vrijdag en zaterdag plaats vinden. [naam] kan bij vader op maandag en donderdag turnen en [naam] op maandag en dinsdag. [naam] zou op de vrijdag bij moeder ook kunnen turnen en [naam] kan woensdagmiddag bij moeder turnen of dansen.
5. De ouders hebben de volgende vakantieafspraken gemaakt bij variant 1 :
• De kinderen verblijven in de zomervakantie 3 weken bij vader en 3 weken bij moeder
• De kinderen verblijven in de kerstvakantie 1 week bij vader en 1 week bij moeder.
• In de meivakantie verblijven de kinderen 1 week bij vader en 1 week bij moeder. Indien de meivakantie uit 1 week bestaat verblijven de kinderen deze week bij hun moeder.
• De kinderen verblijven in de voorjaarsvakantie en herfstvakantie bij moeder, mocht vader in een van deze vakanties met de kinderen weggaan dan verblijven de kinderen 2 weken in de meivakantie bij hun moeder in plaats van 1 week
• Pasen en Pinksteren volgen de regeling en de 2de dag valt bij het weekend
Het eerste weekend van een vakantieweek verblijven de kinderen bij die ouder waar ze volgens de regeling zouden verblijven en vervolgens vanaf zondag 19.30 uur bij de ouder die de kinderen in die vakantieweek heeft tot de volgende zondag om 19.30 uur. Bij vakanties van 2 weken of langer is de wissel steeds op zondagavond op 19.30 uur.
6. De kinderen vieren hun verjaardag bij de ouder waar ze volgens de regeling zijn. Vader organiseert het kinderfeestje voor [naam] in de even jaren en voor [naam] in de oneven jaren. Moeder organiseert het kinderfeestje voor [naam] in de oneven jaren en voor [naam] in de even jaren.”
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mrs. Van Leuven, Kok en Linsen-Penning de Vries, bijgestaan door mr. Van Waning als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 27 maart 2013.