ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6573
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- A.J.M. Kaptein
- C.P.E.M. Fonteijn- van der Meulen
- P.J. Wurzer
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak wegens onvoldoende bewijs ontuchtige handelingen met minderjarige
In deze strafzaak werd verdachte beschuldigd van ontuchtige handelingen met een minderjarige, met name tongzoenen en zoenen op de mond. De zaak betrof handelingen die tussen september 2008 en augustus 2009 zouden hebben plaatsgevonden. De officier van justitie had hoger beroep ingesteld tegen de vrijspraak van de rechtbank, maar trok het hoger beroep in voor een deel van de tenlastelegging.
Het hof onderzocht de bewijsvoering, waaronder verklaringen van het slachtoffer, de gezinsvoogd en getuigen. Hoewel er aanwijzingen waren dat verdachte de minderjarige tongzoende, vond het hof het bewijs daarvoor onvoldoende wettig en overtuigend. Het zoenen op de mond werd door verdachte erkend, maar werd niet als ontuchtig aangemerkt gezien de context en de aard van de handeling.
Het hof oordeelde dat het openbaar ministerie ontvankelijk was ondanks enkele procedurele tekortkomingen in de registratie van verhoren. Uiteindelijk vernietigde het hof het vonnis van de rechtbank en sprak verdachte vrij van de tenlastegelegde ontuchtige handelingen, omdat de bewijsvoering niet voldeed aan de vereiste standaard.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van ontuchtige handelingen wegens onvoldoende wettig en overtuigend bewijs.