ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6557
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging bedrijfsinbraak in vereniging met gevangenisstraf van zes weken
De verdachte werd beschuldigd van poging tot bedrijfsinbraak op 21 november 2010 in Rotterdam, samen met anderen, met het oogmerk om wederrechtelijk goederen weg te nemen uit een bedrijfspand. Het hof oordeelde dat de verdachte op het afdak stond en met een hard voorwerp een raam probeerde te openen, hetgeen niet voltooid werd.
De verdediging voerde aan dat het openbaar ministerie niet-ontvankelijk moest worden verklaard vanwege vernietiging van het breekijzer, mogelijk ontlastend bewijs. Het hof verwierp dit, oordelend dat niet-ontvankelijkheid alleen in uitzonderlijke gevallen geldt en dat het overige bewijs niet door dit verzuim werd aangetast. Het breekijzerproces-verbaal werd van het bewijs uitgesloten.
Getuigenverklaringen en politieobservaties ondersteunden de poging tot inbraak. De verdachte werd veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Tevens werd de tenuitvoerlegging bevolen van een eerdere voorwaardelijke gevangenisstraf van vier maanden, omdat de verdachte de proeftijd schond. Het hof benadrukte het belang van strenge bestraffing vanwege de ernst van het feit en eerdere veroordelingen van de verdachte.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot zes weken gevangenisstraf en tenuitvoerlegging van eerdere voorwaardelijke straf.