ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ6514
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling poging tot doodslag met mes in tram tot 18 maanden gevangenisstraf
De verdachte heeft op 28 februari 2011 in Rotterdam in een tram een mes getrokken en het slachtoffer, met wie hij in onmin leefde, meermalen gestoken in de arm en borst. Het hof acht wettig en overtuigend bewezen dat sprake is van poging tot doodslag. De verdachte is vrijgesproken van poging moord.
Het slachtoffer liep lichamelijk letsel en langdurige beperkingen aan zijn hand op, evenals psychische problemen. Het incident vond plaats in het openbaar vervoer, wat ook getuigen en medewerkers angst aanjoeg. De rechtbank legde een gevangenisstraf van 12 maanden op, maar het hof vond dit onvoldoende en verhoogde de straf tot 18 maanden, waarvan 6 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van 2 jaar.
De benadeelde partij vorderde een schadevergoeding, waarvan het hof € 1.235 toewijst: € 235 materiële schade en € 1.000 immateriële schade. Hogere vorderingen en sommige posten werden afgewezen of verwezen naar de burgerlijke rechter. De verdachte moet dit bedrag aan de Staat betalen ten behoeve van het slachtoffer.
De tijd die de verdachte in voorarrest en uitleveringsdetentie in de Verenigde Staten heeft doorgebracht, wordt in mindering gebracht op de straf. Het bevel tot voorlopige hechtenis is opgeheven.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 18 maanden gevangenisstraf, waarvan 6 maanden voorwaardelijk, wegens poging tot doodslag met mes in tram.