ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ5113
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- Van de Poll
- Van Kempen
- Mink
- Rechtspraak.nl
Vaststelling wijze van verdeling en omvang overwaarde woning na echtscheiding
In deze civiele zaak stond de verdeling van de gemeenschappelijke eigendommen tussen ex-partners centraal, met name de overwaarde van de echtelijke woning en de inbreng van eigen middelen door de man.
De vrouw kwam in hoger beroep tegen het vonnis van de rechtbank Dordrecht, waarin onder meer de wijze van verdeling van de woning en de financiële afwikkeling waren vastgesteld. Zij stelde dat de overwaarde van de woning hoger was dan door de rechtbank vastgesteld en dat bepaalde bedragen, zoals de waarde van een spaarhypotheekverzekering en een bedrag uit een herfinanciering, niet waren meegenomen.
Het hof oordeelde dat de overwaarde van de woning inderdaad hoger was dan eerder aangenomen en dat de man een nominaal vergoedingsrecht had voor de inbreng van eigen middelen en een onderhandse lening van zijn moeder. De vrouw kreeg deels gelijk in haar vorderingen, waaronder een bedrag van € 65.173,07 wegens overbedeling en € 7.516,63 uit de herfinanciering, beide vermeerderd met wettelijke rente. De overige vorderingen van de vrouw werden afgewezen. De proceskosten werden tussen partijen gecompenseerd.
Uitkomst: De man is veroordeeld tot betaling van € 65.173,07 en € 7.516,63 aan de vrouw wegens overbedeling en herfinanciering, vermeerderd met wettelijke rente.