ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ2283
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- F.A.M. Bakker
- A.E. Mos-Verstraten
- R.C. Langeler
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep wegens niet tonen identiteitsbewijs door orthodoxe jood op sjabbat
De verdachte werd vervolgd wegens het niet voldoen aan de verplichting om op 8 oktober 2010 in Rijswijk zijn identiteitsbewijs ter inzage aan te bieden, wat strafbaar is gesteld in artikel 447e Sr. De verdachte beriep zich op godsdienstvrijheid omdat hij als orthodoxe jood op de sjabbat geen identiteitsbewijs bij zich mocht dragen, en voerde tevens psychische overmacht en verontschuldigbare rechtsdwaling aan.
Het hof overwoog dat de identificatieplicht een wettelijke beperking van de godsdienstvrijheid is die gerechtvaardigd is in het belang van de openbare orde en veiligheid. De uitlatingen van de minister van Justitie en de hardheidsclausule in de Aanwijzing uitbreiding identificatieplicht binden het openbaar ministerie niet tot niet-vervolging in deze zaak. De verdachte had bewust gekozen zijn religieuze plicht boven de wettelijke verplichting te stellen.
Het hof verwierp het beroep op niet-ontvankelijkheid van het openbaar ministerie, het vertrouwensbeginsel en het verweer van disproportionaliteit. De verdachte werd wettig en overtuigend bewezen dat hij niet voldeed aan de identificatieplicht. Het beroep op psychische overmacht faalde omdat de verdachte praktische oplossingen kende om aan zijn geloof te voldoen zonder de wet te overtreden.
Het hof veroordeelde de verdachte tot een geldboete van €60, bij gebreke van betaling te vervangen door één dag hechtenis. Het vonnis van de kantonrechter werd vernietigd en het hoger beroep gegrond verklaard.
Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot een geldboete van €60 wegens het niet tonen van zijn identiteitsbewijs ondanks religieuze bezwaren.