ECLI:NL:GHDHA:2013:BZ0637
Gerechtshof Den Haag
- Hoger beroep
- S.A.J. van 't Hul
- R.C. Langeler
- I.P.A. van Engelen
- Rechtspraak.nl
Vrijspraak en geen strafoplegging wegens overschrijding redelijke termijn bij openlijke geweldpleging in trein
De verdachte werd in eerste aanleg schuldig bevonden aan openlijke geweldpleging in een trein te Zwijndrecht, waarbij hij samen met anderen een reiziger sloeg en schopte. In hoger beroep werd vastgesteld dat het bewezen geweld niet gericht was op de conductrice die te hulp schoot, waardoor verdachte van dat onderdeel werd vrijgesproken.
Het hof oordeelde dat de redelijke termijn voor berechting was overschreden, aangezien meer dan twee jaar was verstreken tussen het eerste politieverhoor en het vonnis in eerste aanleg, en bovendien de stukken voor hoger beroep pas na twintig maanden bij het hof waren ingediend. Gezien deze termijnoverschrijding, het tijdsverloop sinds het plegen van het feit, het ontbreken van eerdere justitiële contacten van verdachte en zijn persoonlijke omstandigheden, besloot het hof op grond van artikel 9a Sr geen straf of maatregel op te leggen.
De vordering tot schadevergoeding van de benadeelde partij werd afgewezen omdat verdachte werd vrijgesproken van het geweld tegen haar. Het hof vernietigde het vonnis van het hof en deed opnieuw recht met de hierboven genoemde uitkomst.
Uitkomst: Verdachte wordt vrijgesproken van geweld tegen de conductrice en krijgt geen straf opgelegd wegens overschrijding van de redelijke termijn.