Uitspraak
GERECHTSHOF Den Haag
Afdeling Civiel recht
1.Het geding
2.Beoordeling van het hoger beroep
3.Beslissing
- griffierecht € 291,-
- advocaat € 1.631,-;
Gerechtshof Den Haag
In deze civiele zaak heeft het Gerechtshof Den Haag op 10 december 2013 uitspraak gedaan in hoger beroep tussen een man en een vrouw over de verdeling van schulden na ontbinding van hun huwelijksgemeenschap.
De man vorderde vernietiging van het vonnis van de rechtbank Dordrecht en toewijzing van zijn vorderingen ter hoogte van € 49.544,88, waaronder diverse schulden die hij als gemeenschapsschulden aanmerkte. De vrouw erkende enkele schulden, maar stelde dat sommige schulden verband hielden met het uitgaansleven van de man en dat zij daarom niet mede draagplichtig zou moeten zijn.
Het hof overwoog dat schulden niet verdeeld kunnen worden zoals goederen en dat de hoofdregel is dat alle schulden in de huwelijksgemeenschap vallen, tenzij sprake is van verknochte of privé-schulden. Het uitgaansgedrag van de man vormt geen bijzondere omstandigheid om van gelijke draagplicht af te wijken. De vordering van de man was onbegrijpelijk en faalde. Het hof bekrachtigde het bestreden vonnis en veroordeelde de man in de proceskosten wegens de nodeloze appelprocedure.
Uitkomst: Het hof bekrachtigt het vonnis en wijst de vorderingen van de man af, met veroordeling in de proceskosten.